Elektronoverdracht: de onzichtbare motor achter energie, leven en nieuwe technologie
Stel je een emmer water voor die van hand tot hand wordt doorgegeven in een brandweerketting. Niemand houdt het water voor altijd vast; het wordt steeds doorgegeven aan de volgende persoon, en zo stroomt het water uiteindelijk naar het vuur. Op moleculair niveau gebeurt iets vergelijkbaars met elektronen, de negatief geladen deeltjes die rond atoomkernen cirkelen. Een atoom of molecuul geeft een elektron af aan een ander atoom of molecuul, dat het weer doorgeeft aan de volgende. Dat doorgeven heet elektronoverdracht, en het is een van de meest fundamentele processen in de natuur.
Elektronoverdracht ligt aan de basis van bijna alles wat met energie te maken heeft. Als een plant zonlicht omzet in suiker (fotosynthese), als je lichaam voedsel verbrandt tot energie (celademhaling), als een batterij je telefoon oplaadt, of als metaal roest: in al deze gevallen worden elektronen van het ene deeltje naar het andere doorgegeven. Wetenschappers en technologiebedrijven bestuderen dit proces steeds gedetailleerder, omdat het begrijpen en controleren van elektronoverdracht de deur opent naar betere batterijen, kunstmatige fotosynthese, supersnelle biosensoren en zelfs minuscule elektronische schakelingen van een enkel molecuul.
Wat is het precies?
Elke elektronoverdracht begint met twee partners: een donor, die een elektron afstaat, en een acceptor, die het elektron opneemt. Scheikundigen noemen dit een redoxreactie: de donor wordt geoxideerd (verliest een elektron), de acceptor wordt gereduceerd (krijgt een elektron erbij).
Elektronen zijn extreem klein en gedragen zich volgens de wetten van de kwantummechanica. Daardoor kunnen ze soms via \"tunneling\" overspringen naar een naburig molecuul, zelfs zonder dat er in klassieke zin genoeg energie beschikbaar is om de afstand te overbruggen. Hoe dichter donor en acceptor bij elkaar liggen, hoe groter de kans op zo'n sprongetje; op grotere afstand wordt overdracht snel veel minder waarschijnlijk.
In de jaren vijftig en zestig ontwikkelde de Amerikaanse chemicus Rudolph Marcus een wiskundige theorie die voorspelt hoe snel elektronoverdracht verloopt, afhankelijk van onder meer de afstand tussen donor en acceptor, de energie die vrijkomt, en hoe het omringende medium (water, een eiwit, een kristal) meebeweegt. Deze \"Marcus-theorie\" leverde hem in 1992 de Nobelprijs voor de Chemie op en wordt nog altijd gebruikt om nieuwe materialen en reacties te ontwerpen.
Vaak gaat elektronoverdracht hand in hand met protonoverdracht: niet alleen een elektron, maar ook een waterstofkern (proton) verhuist mee. Dat heet \"proton-coupled electron transfer\" (PCET) en komt bijvoorbeeld voor in fotosynthese en in brandstofcellen. Door elektron- en protonoverdracht te koppelen, kunnen cellen en katalysatoren energie efficiënter vasthouden en gebruiken.
Wat wil men ermee bereiken?
Onderzoekers willen elektronoverdracht beter begrijpen om er vervolgens controle over te krijgen, met als doel energie efficiënter op te wekken, op te slaan en te gebruiken.
Een belangrijk doel is kunstmatige fotosynthese: het namaken van wat planten al miljarden jaren doen, namelijk met zonlicht water en CO2 omzetten in brandstof. Als wetenschappers de elektronoverdrachtsstappen van fotosynthese kunnen nabouwen in een kunstmatig systeem, zou je in principe zonlicht rechtstreeks kunnen omzetten in waterstofgas of andere brandstoffen, zonder fossiele grondstoffen.
Een tweede doel is betere batterijen en brandstofcellen. Elke batterij werkt dankzij elektronoverdracht tussen elektroden; hoe beter dat proces beheerst wordt, hoe sneller een batterij kan opladen, hoe meer energie ze kan vasthouden en hoe langer ze meegaat.
Daarnaast hopen onderzoekers via elektronoverdracht ultragevoelige biosensoren te bouwen: sensoren die rechtstreeks een elektrisch signaal afgeven zodra een bepaald molecuul (zoals glucose) wordt omgezet door een enzym, zonder dat er tussenstoffen nodig zijn. Dat moet medische metingen sneller, kleiner en nauwkeuriger maken.
Tot slot kijkt men naar elektronoverdracht als bouwsteen voor moleculaire elektronica: schakelingen waarin individuele moleculen de rol van transistor of draad vervullen. Dat zou in de verdere toekomst kunnen leiden tot extreem kleine computerchips.
Voorbeelden uit de praktijk
- Het Joint Center for Artificial Photosynthesis (JCAP), opgericht in 2010 door Caltech en Lawrence Berkeley National Laboratory met steun van het Amerikaanse ministerie van Energie, ontwikkelt katalysatoren en elektroden die de elektronoverdrachtsstappen van fotosynthese namaken om brandstoffen zoals waterstof te maken uit water en zonlicht.
- Scheikundige Jacqueline Barton (Caltech) onderzoekt al sinds de jaren negentig hoe elektronen over lange afstand door de DNA-dubbele helix kunnen reizen. Dat onderzoek helpt verklaren hoe cellen DNA-schade opsporen en wordt gebruikt om elektrochemische DNA-sensoren te ontwikkelen.
- Vanadium-redoxflow-batterijen, zoals die van het Britse bedrijf Invinity Energy Systems, slaan energie op in twee grote vloeistoftanks en wisselen elektronen uit via een membraan. Diverse van deze installaties, met vermogens tot tientallen megawatt, zijn de afgelopen jaren in gebruik genomen voor opslag van zonne- en windenergie.
- Fabrikanten van continue glucosemeters, zoals Abbott (FreeStyle Libre) en Medtronic, gebruiken enzymen die glucose omzetten terwijl ze elektronen doorgeven aan een elektrode. Onderzoekers werken aan een volgende generatie van deze sensoren waarin het enzym zijn elektron rechtstreeks aan de elektrode aflevert (\"direct electron transfer\"), zonder tussenstof, wat metingen stabieler en de sensor kleiner zou kunnen maken.
- Aan de TU Delft en andere nanotechnologie-instituten wordt onderzoek gedaan naar elektronoverdracht tussen losse moleculen en metalen elektroden, als basis voor toekomstige moleculaire schakelingen die met een enkel molecuul stroom kunnen schakelen.
Hoe ver is de techniek?
De ontwikkeling van elektronoverdrachtstechnologie loopt sterk uiteen per toepassing.
Batterijen die op elektronoverdracht berusten, zoals lithium-ion- en redoxflow-batterijen, zijn al commercieel volwassen en worden wereldwijd ingezet, al wordt er voortdurend gesleuteld aan efficiëntie, levensduur en kosten.
Enzymatische biosensoren met bemiddelde elektronoverdracht (met een hulpstof die het elektron doorgeeft) zitten al in miljoenen glucosemeters. Sensoren met directe elektronoverdracht, zonder die hulpstof, bestaan vooral nog in laboratoria en kleine klinische proeven; ze zijn veelbelovend maar nog niet grootschalig op de markt.
Kunstmatige fotosynthese bevindt zich nog grotendeels in de onderzoeksfase. De omzetting van zonlicht in brandstof lukt in het lab, maar het rendement en de stabiliteit van de gebruikte materialen zijn nog te laag voor grootschalige, betaalbare toepassing. Deskundigen noemen een commerciële doorbraak op dit vlak op zijn vroegst over één tot twee decennia, als materialen en katalysatoren voldoende verbeteren.
Moleculaire elektronica staat nog verder van praktische toepassing af. Het blijft tot nu toe lastig om elektronoverdracht door een enkel molecuul betrouwbaar en reproduceerbaar te maken buiten gecontroleerde laboratoriumomstandigheden, laat staan in een massaproduceerbare chip.
Wie werken eraan?
In de Verenigde Staten financiert het ministerie van Energie (Department of Energy) via onder meer het Joint Center for Artificial Photosynthesis onderzoek aan Caltech en de University of California, Berkeley. Ook MIT en andere grote universiteiten hebben onderzoeksgroepen die zich specifiek richten op elektronoverdracht in katalyse en biologie.
In Europa doen onder meer de TU Delft, het Max Planck Institute for Chemical Energy Conversion in Duitsland en de EPFL in Zwitserland (waar Michael Grätzel pionierswerk deed aan op elektronoverdracht gebaseerde zonnecellen) belangrijk onderzoek.
Op het gebied van energieopslag zijn bedrijven als Invinity Energy Systems (Verenigd Koninkrijk) en ESS Inc. (Verenigde Staten) actief met redoxflow-batterijen. In de medische sensortechniek zijn Abbott, Medtronic en Dexcom grote partijen die elektronoverdracht in biosensoren toepassen.
Daarnaast draagt fundamenteel scheikundig onderzoek, vaak gefinancierd door nationale wetenschapsfondsen zoals de Amerikaanse National Science Foundation en de Nederlandse NWO, bij aan het verder ontrafelen van de basisprincipes achter elektronoverdracht.
Verder lezen
- Nobelprize.org – achtergrond over de Nobelprijs voor Rudolph Marcus en zijn theorie van elektronoverdracht
- Nature – wetenschappelijk tijdschrift met actueel onderzoek naar elektronoverdracht en kunstmatige fotosynthese
- U.S. Department of Energy – informatie over onderzoeksprogramma's naar kunstmatige fotosynthese en energieopslag
- Royal Society of Chemistry – uitleg en vakliteratuur over redoxchemie en elektronoverdracht
- American Chemical Society – achtergrondartikelen over elektrochemie en biosensoren