Kennisbank

Elektromagnetische compatibiliteitstest: waarom apparaten elkaar niet mogen storen

Bijgewerkt: 10 augustus 2026 · 6 min leestijd

Stel je voor: je zet de magnetron aan om iets op te warmen, en op datzelfde moment hapert de wifi in huis of geeft de babyfoon een schril piepje. Dat gebeurt omdat elektronische apparaten onbedoeld elektromagnetische signalen uitzenden, en andere apparaten daar hinder van kunnen ondervinden. Een elektromagnetische compatibiliteitstest, meestal afgekort tot EMC-test, is een reeks metingen waarmee wordt gecontroleerd of een apparaat niet te veel elektromagnetische ruis veroorzaakt bij andere apparatuur, en of het zelf ook tegen storing van buitenaf bestand is.

Vrijwel elk product met een stekker, batterij of chip moet zo'n test doorstaan voordat het verkocht mag worden: van een föhn tot een elektrische auto of een satelliet. Nu we steeds meer draadloze en elektrische apparatuur dicht op elkaar gebruiken - een laadpaal naast een huis vol wifi-routers, slimme thermostaten en 5G-antennes - wordt het voorkomen van onderlinge storing steeds belangrijker. EMC-tests zijn daarom geen papieren formaliteit voor een keurmerk, maar een praktische controle die moet voorkomen dat de ene technologie de andere letterlijk overstemt.

Wat is het precies?

EMC-tests kijken naar twee kanten van dezelfde medaille. Aan de ene kant is er emissie: hoeveel elektromagnetische straling of ruis zendt een apparaat zelf uit? Aan de andere kant is er immuniteit: hoe goed blijft een apparaat functioneren als het wordt blootgesteld aan storing uit zijn omgeving? Een goed product scoort op beide vlakken binnen de toegestane grenzen.

Storing verspreidt zich bovendien via twee routes. Geleide storing loopt via kabels, zoals het stroomsnoer of een datakabel, terug het elektriciteitsnet in en kan zo andere apparaten op hetzelfde net beïnvloeden. Gestraalde storing verspreidt zich als radiogolven door de lucht, vergelijkbaar met hoe een radiozender zijn signaal uitzendt, alleen dan ongewenst.

Om dit te meten, gebruiken laboratoria een galmvrije kamer (ook wel anechoïsche kamer genoemd): een ruimte met wanden bekleed met piramidevormig absorptiemateriaal, dat radiogolven opslokt in plaats van te weerkaatsen. Zo bootst de kamer de open, storingsvrije lucht na, en kunnen technici met antennes en een spectrumanalyzer - een apparaat dat signalen per frequentie in kaart brengt - precies meten welke straling een apparaat afgeeft, over een breed frequentiebereik.

Voor de immuniteitstest gebeurt het omgekeerde: het apparaat wordt bewust gebombardeerd met gecontroleerde storing. Denk aan een sterk radiofrequent veld, een elektrostatische ontlading via een testpistool dat een vonkoverslag simuleert zoals bij statische elektriciteit van een deurklink, of korte spanningspieken op de voeding. Vervolgens wordt gecontroleerd of het apparaat gewoon blijft werken, of op zijn minst veilig uitvalt zonder gevaarlijke situaties te veroorzaken. Internationale normen, zoals de IEC 61000-reeks, leggen precies vast hoeveel emissie is toegestaan en hoeveel immuniteit vereist is, afhankelijk van het type product en de omgeving waarin het wordt gebruikt.

Wat wil men ermee bereiken?

Het belangrijkste doel is simpel: voorkomen dat apparaten elkaar in de weg zitten. Zonder regels zou een dichtbevolkte omgeving vol elektronica al snel een chaos van storingen worden, waarbij het ene apparaat het andere ongewild verstoort.

Er is ook een veiligheidscomponent. In een ziekenhuis mag een mobiele telefoon geen hartmonitor laten haperen; in een vliegtuig mag een passagiersapparaat de navigatie niet verstoren; in een auto mag het ontstekingssysteem de airbagelektronica niet in de war brengen. EMC-normen zijn daarmee ook een vorm van consumenten- en patiëntenbescherming.

Daarnaast is EMC-conformiteit in de meeste landen wettelijk verplicht voor markttoegang. In de Europese Unie moet elk elektronisch product voldoen aan de EMC-richtlijn (2014/30/EU) om het CE-keurmerk te mogen dragen, vergelijkbaar met de regels van de Amerikaanse toezichthouder FCC voor de Verenigde Staten. Zonder geslaagde EMC-test mag een product simpelweg niet verkocht worden.

Voorbeelden uit de praktijk

Een spraakmakend voorbeeld speelde zich af in de Verenigde Staten rond 2021-2022, toen telecombedrijven Verizon en AT&T nieuwe 5G-frequenties in de zogeheten C-band in gebruik wilden nemen. Luchtvaartautoriteit FAA waarschuwde dat deze frequenties te dicht bij die van radiohoogtemeters in vliegtuigen lagen, instrumenten die met radiogolven de hoogte boven de grond meten tijdens de landing. Uit voorzorg werden bij sommige luchthavens tijdelijk beperkingen ingevoerd en moesten zendmasten rond start- en landingsbanen worden aangepast, tot er voldoende bufferzones en filters waren ingebouwd. Het liet zien hoe EMC-overwegingen zelfs de uitrol van complete telecomnetwerken kunnen vertragen.

In de auto-industrie is EMC-testen inmiddels standaardpraktijk, vastgelegd in normen als CISPR 25 en ISO 11452. Vooral bij elektrische auto's is dit cruciaal: de stroomomvormers die de gelijkstroom uit de accu omzetten naar wisselstroom voor de elektromotor, schakelen razendsnel en kunnen fors elektromagnetisch ruis genereren. Fabrikanten testen daarom in speciale automotive EMC-labs of die ruis niet de autoradio, de boordcomputer of het gps-systeem verstoort.

Ook de ruimtevaart leunt zwaar op EMC-testen. Het Europese ruimtevaartagentschap ESA opende in 2023 bij zijn technische centrum ESTEC in Noordwijk de zogeheten Maxwell Chamber, een van de grootste volledig beklede galmvrije testkamers ter wereld. Satellieten worden hier getest op elektromagnetische compatibiliteit voordat ze de ruimte in gaan, omdat een storing die pas in een baan om de aarde aan het licht komt niet meer te repareren is.

In de gezondheidszorg schrijft de norm IEC 60601-1-2 voor dat medische elektrische apparatuur, zoals infuuspompen en patiëntmonitoren, bestand moet zijn tegen storing van bijvoorbeeld mobiele telefoons of wifi-netwerken in een ziekenhuisomgeving, en zelf ook geen gevoelige apparatuur elders mag verstoren.

Tot slot testen ook autosportteams, zoals in de Formule 1, hun steeds complexere hybride aandrijfsystemen en telemetrie op EMC, omdat storing tussen de vele elektronische systemen aan boord tot verlies van communicatie met de pitmuur of zelfs tot uitval tijdens een race kan leiden.

Hoe ver is de techniek?

EMC-testen zelf is geen nieuwe wetenschap; de basisprincipes en normen bestaan al sinds de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw en zijn inmiddels een volwassen, wereldwijd toegepaste discipline. Wat wel voortdurend verandert, is het toepassingsgebied.

Door de opkomst van 5G, en later 6G, moeten testlaboratoria nu ook op veel hogere frequenties meten, wat nieuwe, kleinere en gevoeligere testopstellingen vereist. De elektrificatie van het wagenpark en de groei van laadinfrastructuur voegen nieuwe bronnen van storing toe die pas de laatste jaren goed in kaart worden gebracht. Ook de toename van draadloze sensoren in auto's, zoals radar voor rijhulpsystemen, vraagt om extra aandacht: verschillende voertuigen met eigen radarsystemen mogen elkaars sensoren niet verstoren op de openbare weg.

Een terugkerend obstakel is dat normen wereldwijd niet volledig geharmoniseerd zijn: een product dat voldoet aan de Europese EMC-richtlijn moet voor de Amerikaanse of Aziatische markt vaak opnieuw, deels anders, getest worden, wat tijd en kosten met zich meebrengt. Ook worden apparaten steeds compacter met meer chips dicht op elkaar, wat het risico op interne storing binnen één apparaat vergroot. Onderzoekers experimenteren met simulatiesoftware en zelfs kunstmatige intelligentie om EMC-problemen al vroeg in het ontwerpproces te voorspellen, maar fysieke metingen in een testkamer blijven vooralsnog onmisbaar voor een definitieve goedkeuring.

Wie werken eraan?

Internationale afspraken over EMC-normen komen tot stand bij het IEC (International Electrotechnical Commission) en het daaraan verbonden CISPR-comité, dat zich specifiek richt op elektromagnetische storing. In Europa vertalen ETSI en CENELEC deze normen naar Europese regelgeving, terwijl in de Verenigde Staten de FCC de regels voor draadloze apparatuur bepaalt.

Het daadwerkelijke testen en certificeren gebeurt bij gespecialiseerde testbedrijven zoals TÜV SÜD, TÜV Rheinland, DEKRA, Intertek, Bureau Veritas en UL Solutions, die wereldwijd testkamers exploiteren. In Nederland doet TNO onderzoek naar en testen op het gebied van elektromagnetische compatibiliteit, en beschikt DEKRA over een testfaciliteit voor onder meer EMC in Arnhem.

Grote fabrikanten in de auto-industrie, zoals Volkswagen en BMW, hebben eigen EMC-testlaboratoria voor hun voertuigen, en in de ruimtevaart voeren ESA en NASA, samen met partners als ESTEC in Noordwijk, uitgebreide EMC-tests uit voordat satellieten en ruimtevaartuigen worden gelanceerd. Ook chipfabrikanten en telecombedrijven investeren in eigen EMC-expertise, omdat storingsproblemen vaak al in het ontwerp van een chip of antenne beginnen.

Verder lezen