Eiwittransitie: op zoek naar het vlees, de melk en het ei van morgen
Stel je een supermarktschap voor waar over twintig jaar naast de gehaktbal ook een gekweekte gehaktbal ligt, gemaakt uit dierlijke cellen zonder dat er ooit een dier voor is geslacht, en waar de melk in het pak niet uit een koe komt maar uit een gistcultuur die precies dezelfde eiwitten aanmaakt. Dat is in een notendop waar de eiwittransitie over gaat: de geleidelijke verschuiving van een voedingspatroon dat vooral leunt op dierlijke eiwitten (vlees, zuivel, eieren, vis) naar een mix waarin plantaardige en andere alternatieve eiwitbronnen een veel grotere rol spelen.
Het woord 'transitie' suggereert een geplande, geleidelijke overgang, en dat is precies de bedoeling: niemand verwacht dat vlees en zuivel morgen verdwijnen, maar overheden, wetenschappers en bedrijven werken aan een verschuiving in de verhouding tussen dierlijke en niet-dierlijke eiwitten op ons bord. In Nederland wordt vaak de vuistregel genoemd dat we nu ongeveer 60 procent dierlijk en 40 procent plantaardig eiwit eten, met het streven dat op termijn om te draaien.
Wat is het precies?
Eiwitten (ook wel proteïnen genoemd) zijn bouwstoffen die je lichaam nodig heeft voor spieren, huid, hormonen en talloze andere functies. Van oudsher haalt de mens die vooral uit vlees, vis, zuivel en eieren, aangevuld met plantaardige bronnen als granen, peulvruchten en noten. De eiwittransitie draait om het verbreden van dat palet met nieuwe of opgeschaalde bronnen, langs een paar hoofdroutes.
De eerste en meest bekende route is plantaardige eiwitten: eiwit uit soja, erwten, bonen of tarwe wordt met technieken als extrusie (onder hoge druk en temperatuur door een machine persen) omgevormd tot een product met een vezelstructuur die aan vlees doet denken. Denk aan de vleesvervangers die inmiddels in elke supermarkt liggen.
De tweede route is fermentatie, het gebruik van micro-organismen zoals schimmels, gisten of bacteriën om eiwit te produceren. Bij 'biomassafermentatie' laat je de schimmel of bacterie zelf uitgroeien tot een eiwitrijke massa (zoals bij mycoproteïne, eiwit uit schimmeldraden). Bij 'precisiefermentatie' programmeer je micro-organismen genetisch zodat ze een specifiek eiwit aanmaken, bijvoorbeeld een eiwit dat identiek is aan een eiwit uit koemelk, zonder dat er een koe aan te pas komt.
De derde route is celkweek of 'kweekvlees': hierbij worden spiercellen van een dier in een kweektank (bioreactor) aan het delen gezet in een voedingsvloeistof, tot er genoeg cellen zijn om er een stukje vlees van te maken. Het dier hoeft hiervoor niet te sterven, alleen een klein weefselmonster is nodig.
Tot slot is er insecteneiwit: insecten zoals de larve van de zwarte soldatenvlieg zetten voedselresten zeer efficiënt om in eiwitrijke biomassa, die wordt verwerkt tot diervoeder of, in kleinere mate, tot voedsel voor mensen. Een nieuwere, opvallende variant is eiwit dat wordt gemaakt door bacteriën die waterstofgas of elektriciteit als energiebron gebruiken in plaats van planten, waarbij het eindproduct soms 'eiwit uit lucht' wordt genoemd omdat de grondstoffen vooral lucht, water en CO2 zijn.
Wat wil men ermee bereiken?
De belangrijkste drijfveer is milieu-impact. De productie van dierlijk eiwit, met name rundvlees, vraagt relatief veel land, water en voer, en veehouderij draagt aanzienlijk bij aan de uitstoot van broeikasgassen zoals methaan. Verschillende alternatieve eiwitbronnen hebben, gemeten per kilo eiwit, een aanmerkelijk kleinere ecologische voetafdruk, al verschilt dat sterk per product en per manier van produceren.
Een tweede motief is voedselzekerheid: de wereldbevolking groeit en de vraag naar eiwitrijk voedsel stijgt mee, terwijl landbouwgrond en zoetwater beperkt zijn. Efficiëntere manieren om eiwit te produceren, met minder grondstoffen per kilo product, worden gezien als een manier om die groeiende vraag op te vangen zonder evenredig meer land in gebruik te nemen.
Daarnaast spelen dierenwelzijn en volksgezondheid een rol. Minder dieren fokken en slachten vermindert dierenleed, en een dieet met minder bewerkt rood vlees en meer plantaardige eiwitten wordt door voedingswetenschappers vaak in verband gebracht met een lager risico op bepaalde hart- en vaatziekten, al is voeding een complex onderwerp waarin veel factoren meespelen.
Tot slot is er een economisch motief: landen en bedrijven zien in de eiwittransitie een kans om een nieuwe exportsector op te bouwen en minder afhankelijk te worden van geïmporteerd veevoer zoals soja.
Voorbeelden uit de praktijk
Een van de meest aangehaalde mijlpalen is de presentatie in 2013 van de eerste hamburger gemaakt van gekweekt rundvlees, ontwikkeld door onderzoeker Mark Post aan de Universiteit Maastricht. Het project, gefinancierd door Google-medeoprichter Sergey Brin, groeide later uit tot het bedrijf Mosa Meat, dat nog altijd in Maastricht werkt aan het opschalen en betaalbaar maken van gekweekt vlees.
In de plantaardige hoek zijn Beyond Meat (opgericht in 2009) en Impossible Foods (opgericht in 2011) de bekendste Amerikaanse namen. Beide bedrijven brachten burgers, gehakt en worstjes op basis van plantaardig eiwit naar supermarkten en fastfoodketens wereldwijd, en Beyond Meat ging in 2019 naar de beurs.
Op het gebied van insecteneiwit is het Nederlandse bedrijf Protix een voorbeeld: het kweekt larven van de zwarte soldatenvlieg op reststromen uit de voedingsindustrie en verwerkt die tot eiwit voor diervoeder, met een fabriek in Bergen op Zoom.
Het Finse bedrijf Solar Foods ontwikkelde 'Solein', een eiwitpoeder gemaakt door bacteriën die groeien op waterstof (afkomstig van elektrolyse van water) en CO2 in plaats van op plantaardige grondstoffen, en opende een eerste fabriek om dit op te schalen.
In de Verenigde Staten kregen de bedrijven Upside Foods en GOOD Meat in 2023 als eerste toestemming van de Amerikaanse voedsel- en landbouwautoriteiten om gekweekt kip te verkopen, een belangrijke stap na een eerdere, vergelijkbare goedkeuring in Singapore in 2020.
Hoe ver is de techniek?
De ontwikkeling verloopt per route heel verschillend. Plantaardige vleesvervangers zijn inmiddels een volwassen, wijdverbreid product: je vindt ze in vrijwel elke supermarkt en op menukaarten van grote fastfoodketens. Toch groeide de markt de laatste jaren minder hard dan aanvankelijk voorspeld, en meldden sommige grote spelers tegenvallende verkoopcijfers, mede door discussies over smaak, prijs en de mate waarin deze producten als 'bewerkt voedsel' worden gezien.
Gekweekt vlees staat nog in een veel vroeger stadium. De productie in grote bioreactoren blijkt technisch en financieel lastiger op te schalen dan gehoopt, waardoor de kostprijs per kilo nog ver boven die van regulier vlees ligt. Toelating tot de markt verloopt bovendien land voor land: naast Singapore en de Verenigde Staten heeft de Europese Unie tot nu toe geen gekweekt vlees goedgekeurd voor verkoop, omdat dit eerst een uitgebreide 'novel food'-beoordeling moet doorlopen.
Insecteneiwit voor diervoeder wint terrein, mede omdat het regelgevingstechnisch minder gevoelig ligt dan voedsel voor mensen. Voor menselijke consumptie heeft de Europese Unie inmiddels een beperkt aantal insectensoorten, zoals bepaalde meelwormen en krekels, goedgekeurd als nieuw voedingsmiddel, al blijft de acceptatie door consumenten in West-Europa vooralsnog laag. Fermentatietechnieken, vooral precisiefermentatie voor zuiveleiwitten, worden gezien als een van de kansrijkere routes omdat de onderliggende biotechnologie al langer bestaat in andere toepassingen, zoals bij de productie van insuline.
Kortom: sommige onderdelen van de eiwittransitie, zoals plantaardige vervangers, zijn al gangbaar, terwijl andere, zoals gekweekt vlees, nog jaren van technische ontwikkeling en regelgeving voor de boeg hebben voordat ze op grote schaal en tegen een concurrerende prijs beschikbaar zijn.
Wie werken eraan?
In Nederland is Wageningen University & Research (WUR) een van de meest toonaangevende kennisinstellingen op dit gebied, met onderzoek naar zowel plantaardige eiwitten als celkweek en fermentatie. De Nederlandse Rijksoverheid lanceerde rond 2020 een Nationale Eiwitstrategie, gericht op het versnellen van de balansverschuiving tussen dierlijk en plantaardig eiwit en op het ondersteunen van Nederlandse bedrijven in deze sector.
Bekende bedrijven in het veld zijn, naast de eerder genoemde Mosa Meat, Beyond Meat, Impossible Foods, Protix en Solar Foods, ook het Britse Quorn (mycoproteïne, al sinds de jaren tachtig op de markt) en tal van kleinere start-ups die zich richten op specifieke technieken zoals precisiefermentatie.
Op landenniveau lopen naast Nederland en de Verenigde Staten ook Singapore en Israël voorop, mede dankzij actief overheidsbeleid en investeringen in celkweektechnologie. De Europese Unie financiert via haar onderzoeksprogramma's (zoals Horizon Europe) diverse projecten rond alternatieve eiwitten, en ook landen als China investeren in eigen onderzoekscapaciteit op dit terrein.