CPT-symmetrie: de wet die materie en antimaterie spiegelt
Stel je voor: je filmt een botsing tussen deeltjes in een versneller, speelt de film achterstevoren af, spiegelt het beeld in een denkbeeldige spiegel, en vervangt daarna elk deeltje door zijn antideeltje — het tegengestelde broertje met dezelfde massa maar omgekeerde lading. Volgens een van de meest fundamentele wetten van de natuurkunde zou die drievoudig bewerkte film er precies hetzelfde uit moeten zien als de oorspronkelijke opname. Deze regel heet CPT-symmetrie, en hij ligt zo diep verankerd in onze beschrijving van de natuur dat een schending ervan het hele gebouw van de moderne fysica zou doen wankelen.
CPT staat voor drie bewerkingen die je tegelijk op een natuurkundig proces uitvoert: Charge-conjugatie (deeltjes worden antideeltjes), Pariteit (het beeld wordt in een spiegel gezet) en Tijdsomkering (de film loopt achteruit). Elk van die drie afzonderlijke symmetrieën kan, en wordt in de praktijk ook, geschonden: sommige processen zien er anders uit in de spiegel, of lopen anders voor- dan achteruit. Maar volgens de theorie moet de combinatie van alle drie altijd exact behouden blijven. Die voorspelling wordt sinds tientallen jaren met steeds grotere precisie getest, en tot nu toe heeft geen enkel experiment ooit een afwijking gevonden.
Wat is het precies?
Om CPT te begrijpen, is het handig de drie letters apart te bekijken. C, ladingsconjugatie, vervangt elk deeltje door zijn antideeltje: een elektron (negatief geladen) wordt een positron (positief geladen), een proton wordt een antiproton, enzovoort. P, pariteit, is een ruimtelijke spiegeling: links wordt rechts, alsof je het hele experiment in een spiegel bekijkt. T, tijdsomkering, laat het proces in omgekeerde volgorde verlopen, van eind naar begin.
Uit experimenteel onderzoek weten we dat de natuur niet onder elk van deze bewerkingen apart hetzelfde blijft. De zwakke kernkracht — verantwoordelijk voor bepaald radioactief verval — schendt pariteit (P) duidelijk: bepaalde verval-processen verlopen anders in het spiegelbeeld dan in het origineel. Ook de combinatie CP (lading plus spiegeling) bleek niet perfect: in 1964 ontdekten de natuurkundigen James Cronin en Val Fitch bij het bestuderen van neutrale kaonen (een type instabiel deeltje) dat CP-symmetrie in zeldzame gevallen wordt geschonden, een ontdekking waarvoor zij in 1980 de Nobelprijs kregen.
Het bijzondere is dat de theorie voorspelt dat wanneer je C, P en T alle drie tegelijk toepast, de symmetrie wél altijd exact moet gelden — zelfs als de losse onderdelen dat niet doen. Dit heet het CPT-theorema, en het is geen extra aanname die natuurkundigen erbij hebben verzonnen. Het volgt wiskundig uit twee pijlers die we al zeer goed vertrouwen: de speciale relativiteitstheorie (dezelfde natuurwetten gelden voor elke waarnemer, ongeacht snelheid) en de kwantumveldentheorie (het wiskundige raamwerk waarmee we deeltjes en krachten beschrijven), mits de wisselwerkingen tussen deeltjes lokaal zijn (dat wil zeggen: deeltjes beïnvloeden elkaar niet ogenblikkelijk op afstand, maar alleen via velden die zich netjes door de ruimte voortplanten). Dit resultaat werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw wiskundig hard gemaakt door onder anderen Gerhart Lüders en Wolfgang Pauli, en later verder uitgewerkt door John Stewart Bell. Als CPT ooit geschonden zou blijken, zou dat betekenen dat relativiteit of kwantumveldentheorie — of allebei — op een fundamenteel niveau niet kloppen.
Wat wil men ermee bereiken?
Natuurkundigen testen CPT-symmetrie om drie met elkaar samenhangende redenen. Ten eerste is het simpelweg een van de stevigste fundamenten van het Standaardmodel, de theorie die alle bekende deeltjes en hun krachten beschrijft. Een gemeten schending, hoe klein ook, zou direct wereldnieuws zijn en aantonen dat er iets fundamenteels ontbreekt in onze kennis van de natuur.
Ten tweede raakt CPT aan een van de grootste onopgeloste raadsels in de kosmologie: waarom bestaat het heelal bijna uitsluitend uit materie? Volgens de gangbare theorie zou de oerknal evenveel materie als antimaterie moeten hebben voortgebracht. Materie en antimaterie vernietigen elkaar (annihileren) zodra ze in contact komen, dus als beide in gelijke hoeveelheden waren ontstaan, zou er nu vrijwel niets meer over moeten zijn — geen sterren, planeten of mensen. Er moet dus ergens een klein verschil zijn geweest tussen het gedrag van materie en antimaterie, een asymmetrie die aan de basis ligt van CP-schending. Het precies in kaart brengen van hoe CP en CPT werken, helpt onderzoekers te begrijpen waarom dat kleine verschil precies groot genoeg was om het huidige heelal te doen ontstaan — al is de in het Standaardmodel gemeten CP-schending eigenlijk te klein om dat volledig te verklaren, wat zelf weer een aanwijzing is dat er iets ontbreekt.
Ten derde zijn CPT-tests extreem gevoelige zoekinstrumenten voor 'nieuwe natuurkunde'. Omdat de theorie een exacte gelijkheid voorspelt (bijvoorbeeld dat een proton en een antiproton precies dezelfde massa en tegengestelde lading moeten hebben, tot in de laatste decimaal), kan elke afwijking — ook piepklein — wijzen op verschijnselen die het Standaardmodel niet voorspelt. Zulke precisiemetingen zijn in dat opzicht een aanvulling op het werk van grote deeltjesversnellers: in plaats van nieuwe deeltjes bij hoge energie te zoeken, zoekt men naar subtiele afwijkingen bij extreem hoge nauwkeurigheid.
Voorbeelden uit de praktijk
Het testen van CPT-symmetrie gebeurt vooral door eigenschappen van deeltjes en hun antideeltjes zeer nauwkeurig met elkaar te vergelijken. Enkele bekende voorbeelden:
- ALPHA-experiment (CERN, Genève): onderzoekers vangen antiwaterstofatomen — opgebouwd uit een antiproton en een positron — in een magnetische val, omdat ze bij aanraking met gewone materie onmiddellijk zouden annihileren. Sinds de eerste succesvolle opsluiting van antiwaterstof rond 2010 wordt met laserlicht spectroscopie uitgevoerd: de kleuren (frequenties) van licht die het antiwaterstofatoom absorbeert of uitzendt, worden vergeleken met die van gewoon waterstof. Vanaf het midden van de jaren 2010 en verder verfijnd in de jaren daarna, laten deze metingen tot nu toe geen enkel verschil zien.
- BASE-experiment (CERN): vergelijkt met extreme precisie eigenschappen van protonen en antiprotonen, zoals hun magnetisch moment (een maat voor hoe een deeltje reageert op een magnetisch veld) en hun lading-massaverhouding. De metingen behoren tot de nauwkeurigste CPT-tests ooit uitgevoerd, met overeenstemming tot op vele significante cijfers.
- CPLEAR en opvolgers (CERN, jaren negentig en later): neutrale kaonen zijn bijzondere deeltjes die spontaan heen en weer kunnen oscilleren tussen hun deeltje- en antideeltjevorm. Dat gedrag is extreem gevoelig voor kleine CPT-schendingen, en experimenten als CPLEAR hebben dit tot hoge precisie in kaart gebracht.
- BaBar (VS) en Belle (Japan): deze experimenten bestudeerden B-mesonen (een ander type instabiel deeltje) en toonden rond 2012 voor het eerst direct aan dat tijdsomkeersymmetrie (T) apart wordt geschonden, wat — in combinatie met eerder gemeten CP-schending — precies past bij wat het CPT-theorema voorspelt.
- ALPHA-g (CERN): een opvolger van ALPHA die onderzoekt of antimaterie op dezelfde manier valt onder zwaartekracht als gewone materie. Dit is strikt genomen geen directe CPT-test, maar wel nauw verwant onderzoek naar fundamentele symmetrieën tussen materie en antimaterie, met eerste resultaten begin jaren 2020.
Hoe ver is de techniek?
CPT-symmetrie heeft tot dusver stand gehouden in elk experiment dat er ooit naar heeft gezocht. Sommige vergelijkingen tussen deeltjes en antideeltjes zijn inmiddels tot een precisie van beter dan één op de miljard, en in specifieke gevallen zelfs nog nauwkeuriger. Geen enkele meting heeft ooit een overtuigende schending laten zien: alle afwijkingen die tot nu toe zijn waargenomen, bleken uiteindelijk binnen de meetonzekerheid te vallen.
De grootste obstakels zijn technisch van aard. Antimaterie is uitzonderlijk lastig en kostbaar om te maken: ze ontstaat alleen in piepkleine hoeveelheden bij deeltjesversnellers, en zodra ze in contact komt met gewone materie — inclusief de wanden van elk apparaat — annihileert ze onmiddellijk. Onderzoekers moeten antideeltjes daarom vasthouden met elektromagnetische velden in een vrijwel perfect vacuüm, zonder dat er ooit fysiek contact is met een 'houder'. Dat vereist zeer geavanceerde en dure val- en koeltechnieken, en de hoeveelheden waarmee wordt gewerkt zijn doorgaans niet meer dan enkele tot enkele honderden atomen of deeltjes tegelijk.
Het is belangrijk om eerlijk te zijn over het doel van dit onderzoek: het gaat om fundamentele wetenschap, niet om een technologie die op afzienbare termijn een product of toepassing oplevert. De waarde zit in het scherper afbakenen — of ooit doorbreken — van de grenzen van ons begrip van de natuurkunde. Mocht er ooit een schending worden gevonden, zou dat overigens niet direct een technologische doorbraak betekenen, maar wel een van de belangrijkste ontdekkingen in de geschiedenis van de fysica zijn.
Wie werken eraan?
Het grootste deel van dit onderzoek speelt zich af bij CERN, het Europese laboratorium voor deeltjesfysica bij Genève (op de grens van Zwitserland en Frankrijk), waar met de Antiproton Decelerator en het latere ELENA-systeem antideeltjes worden afgeremd en gevangen voor precisiemetingen. Daar werken internationale samenwerkingsverbanden zoals ALPHA, BASE, ASACUSA en ATRAP, met deelnemende onderzoeksgroepen uit onder meer Zwitserland, Duitsland, Japan, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en de Verenigde Staten. Universiteiten als Swansea en Liverpool (VK), Aarhus (Denemarken) en de University of British Columbia (Canada) leveren belangrijke bijdragen aan deze CERN-collaboraties.
Buiten CERN zijn ook Fermilab in de Verenigde Staten en KEK in Japan (waar het Belle-experiment plaatsvindt) belangrijke centra voor deeltjesfysica-experimenten die verwante symmetrietests uitvoeren. Nationale onderzoeksfinancierders en universiteiten in deze landen dragen substantieel bij aan de financiering en uitvoering van dit soort langlopend fundamenteel onderzoek.