Colocatie: je servers onderbrengen in andermans datacenter
Colocatie (ook wel co-locatie of 'colo' genoemd) is het huren van fysieke ruimte in een professioneel datacenter om je eigen servers en netwerkapparatuur in te plaatsen. Het bedrijf dat colocatie afneemt blijft eigenaar van de apparatuur en beheert die zelf op afstand of ter plekke, terwijl de datacenterexploitant zorgt voor het gebouw, de stroomvoorziening, de koeling, de beveiliging en de internetverbinding. Het is te vergelijken met het huren van een kluis in een bankkluis: de bank zorgt voor dikke muren, alarmsystemen en een generator bij stroomuitval, maar wat je in de kluis stopt en hoe je het organiseert, bepaal je zelf.
Colocatie zit tussen twee uitersten in. Aan de ene kant staat een bedrijf dat zelf een datacenter bouwt: duur, tijdrovend, maar met volledige controle. Aan de andere kant staat cloudhosting, zoals bij Amazon Web Services of Microsoft Azure, waarbij je geen fysieke servers meer bezit maar rekenkracht 'as a service' afneemt. Colocatie is de middenweg: je hebt nog steeds eigen, fysieke hardware, maar je hoeft geen gebouw, koelinstallatie of noodstroomvoorziening te bouwen en onderhouden.
Wat is het precies?
Een colocatie-datacenter is in de basis een zwaar beveiligd gebouw dat is ingericht om computerapparatuur 24 uur per dag, 365 dagen per jaar draaiende te houden. Klanten huren daarin ruimte, meestal uitgedrukt in 'rack units' (een rack is een metalen kast van ongeveer twee meter hoog waar servers in gestapeld worden) of soms een hele eigen ruimte ('cage' of 'suite') voor grotere klanten.
De exploitant levert een aantal basisvoorzieningen. Ten eerste stroom, vaak dubbel uitgevoerd: twee onafhankelijke stroomtoevoeren, back-upbatterijen (UPS, uninterruptible power supply) die de eerste seconden na een storing overbruggen, en dieselgeneratoren die het overnemen als de stroom langer wegblijft. Ten tweede koeling: servers produceren veel warmte en moeten binnen een nauwkeurige temperatuur- en vochtigheidsmarge blijven, anders vallen ze uit. Ten derde fysieke beveiliging, met toegangscontrole, camerabewaking en soms biometrische scans. Ten vierde connectiviteit: colocatie-datacenters zijn doorgaans 'carrier-neutraal', wat betekent dat meerdere internetproviders er hun kabels naartoe hebben liggen, zodat klanten kunnen kiezen bij wie ze internetcapaciteit inkopen in plaats van vast te zitten aan één leverancier.
De betrouwbaarheid van een datacenter wordt vaak uitgedrukt in een 'Tier'-classificatie, ontwikkeld door het Amerikaanse Uptime Institute, lopend van Tier I (basisvoorziening, geen redundantie) tot Tier IV (volledig dubbel uitgevoerde infrastructuur, bestand tegen onderhoud én storingen tegelijk). Een hoger tier betekent doorgaans een hogere garantie op beschikbaarheid, uitgedrukt in een percentage 'uptime' per jaar, maar ook hogere kosten.
Een belangrijk onderscheid is dat colocatie zich beperkt tot de fysieke laag: het gebouw, de stroom, de koeling en de kabels. Alles wat op de servers zelf draait, van besturingssysteem tot software, blijft de verantwoordelijkheid van de klant. Dat is anders bij 'managed hosting', waarbij de leverancier ook het beheer van de servers overneemt, en weer anders bij cloudcomputing, waarbij de klant niet eens meer weet op welke fysieke machine zijn gegevens precies staan.
Wat wil men ermee bereiken?
De belangrijkste reden om voor colocatie te kiezen is kostenefficiëntie door schaal. Het bouwen van een eigen datacenter met dubbele stroomvoorziening, professionele koeling en beveiliging is voor de meeste bedrijven financieel niet te verantwoorden. Door ruimte te delen met andere klanten in één groot, professioneel gebouw, profiteert iedereen van lagere kosten per rack.
Een tweede doel is betrouwbaarheid. Een gespecialiseerde datacenterexploitant heeft de schaal en expertise om stroomstoringen, brand en ooververhitting te voorkomen op een niveau dat een individueel bedrijf zelden kan evenaren. Voor bedrijven waarvoor uitval van hun IT-systemen direct omzetverlies of reputatieschade betekent, zoals banken, ziekenhuizen of webwinkels, is dit een belangrijke overweging.
Een derde doel is connectiviteit. Grote colocatie-datacenters zijn vaak knooppunten waar internetproviders, contentleveranciers en clouddiensten fysiek samenkomen. Dat levert lagere vertraging (latency) en hogere netwerksnelheden op dan wanneer apparatuur ergens geïsoleerd zou staan. Bedrijven die veel dataverkeer uitwisselen met clouddiensten, zoals bij financiële handel of streamingdiensten, profiteren daar sterk van.
Tot slot speelt schaalbaarheid en flexibiliteit een rol: een bedrijf kan relatief eenvoudig extra rackruimte bijhuren als het groeit, zonder zelf te hoeven bouwen of verbouwen.
Voorbeelden uit de praktijk
Equinix, opgericht in 1998 in de Verenigde Staten, is wereldwijd een van de grootste colocatie-aanbieders. Het bedrijf exploiteert honderden datacenters verspreid over tientallen landen en is een beursgenoteerd vastgoedfonds (REIT). Equinix profileert zich vooral als plek waar clouddiensten, netwerken en bedrijven elkaar fysiek 'ontmoeten'.
Digital Realty is een andere wereldspeler, ontstaan in de Verenigde Staten en sterk gegroeid door overnames. In 2020 nam het bedrijf het Europese colocatiebedrijf Interxion over, dat onder meer in Amsterdam grote datacenters exploiteerde, waardoor Digital Realty in één klap een stevige positie in Europa verwierf.
AMS-IX (Amsterdam Internet Exchange), opgericht in 1997, is geen colocatiebedrijf op zichzelf maar een internetknooppunt dat in verschillende Amsterdamse (en later ook buitenlandse) datacenters aanwezig is. Het illustreert waarom colocatie in de regio Amsterdam zo'n grote vlucht heeft genomen: bedrijven die hun servers dicht bij zo'n knooppunt plaatsen, profiteren van snelle, directe verbindingen met andere netwerken.
Ook grote techbedrijven maken gebruik van colocatie naast hun eigen datacenters. Voor 'edge'-locaties, dichtbij eindgebruikers in kleinere steden waar het niet loont een eigen datacenter te bouwen, huren clouddienstverleners regelmatig ruimte bij bestaande colocatie-aanbieders in plaats van zelf te bouwen.
In Nederland is de Haarlemmermeer (rond Schiphol) uitgegroeid tot een van de dichtste concentraties datacenters van Europa, mede dankzij de aanwezigheid van AMS-IX en de goede glasvezelinfrastructuur, met grote faciliteiten van onder meer Equinix en Digital Realty/Interxion.
Hoe ver is de techniek?
Colocatie is als bedrijfsmodel volwassen: het bestaat al sinds de jaren negentig en de basistechniek (ruimte, stroom, koeling, connectiviteit verhuren) is niet fundamenteel veranderd. Wel verandert de vraag snel. De opkomst van kunstmatige intelligentie zorgt voor een sterke toename van zware, energie-intensieve rekenkracht op basis van gpu's (grafische chips die goed zijn in de berekeningen die AI-modellen nodig hebben). Die apparatuur produceert per rack veel meer warmte dan traditionele servers, waardoor klassieke luchtkoeling vaak niet meer volstaat en datacenters overschakelen op vloeistofkoeling, waarbij koelvloeistof direct langs of door de chips wordt geleid.
Een groeiend knelpunt is de beschikbaarheid van elektriciteit. In Nederland kampt netbeheerder TenneT in delen van het land met netcongestie: er is simpelweg niet altijd genoeg capaciteit op het elektriciteitsnet om nieuwe grootverbruikers, waaronder datacenters, aan te sluiten. Dit heeft er mede toe geleid dat de Nederlandse overheid de vestiging van grote ('hyperscale') datacenters aan strengere landelijke afwegingskaders heeft onderworpen, met tijdelijke pauzes op nieuwe vergunningen in delen van het land. De precieze regels zijn de afgelopen jaren meerdere keren aangepast en zijn nog in ontwikkeling, dus lezers doen er goed aan de actuele stand bij de eigen gemeente of rijksoverheid te checken.
Daarnaast staat duurzaamheid hoog op de agenda: datacenters worden beoordeeld op hun PUE (Power Usage Effectiveness, de verhouding tussen totaal energieverbruik en het deel dat daadwerkelijk naar de apparatuur gaat), op het gebruik van groene stroom en op hergebruik van restwarmte, bijvoorbeeld voor verwarming van nabijgelegen woningen of kassen. Dit is geen afgeronde technologie maar een gebied waarin nog volop wordt geëxperimenteerd en waarin regelgeving en praktijk elkaar beïnvloeden.
Wie werken eraan?
De markt wordt gedomineerd door een klein aantal wereldwijde spelers, met Equinix en Digital Realty als grootste. Daarnaast zijn er regionale en nationale aanbieders, en in Nederland specifiek bedrijven als NorthC en verschillende kleinere, gespecialiseerde datacenters. Internetknooppunten zoals AMS-IX in Amsterdam en DE-CIX in Duitsland spelen een faciliterende rol door netwerken binnen colocatie-datacenters aan elkaar te koppelen.
Op het gebied van standaarden en certificering is het Amerikaanse Uptime Institute toonaangevend met zijn Tier-classificatie. Brancheorganisaties zoals de Dutch Data Center Association behartigen in Nederland de belangen van de sector en voeren overleg met overheid en netbeheerders over onderwerpen als stroomcapaciteit en ruimtelijke ordening. Netbeheerder TenneT en regionale netbeheerders zijn indirect nauw betrokken, omdat zij bepalen hoeveel nieuwe elektriciteitsaansluitingen er mogelijk zijn. Op nationaal niveau bemoeit de rijksoverheid zich steeds actiever met de vraag waar en onder welke voorwaarden grote datacenters mogen worden gebouwd.