Chipheffing: waarom de VS importtarieven op computerchips invoert
Een chipheffing is een extra belasting die een overheid heft op geïmporteerde computerchips, ofwel op de chips zelf, ofwel op apparaten waar chips in zitten, zoals laptops en smartphones. Het bekendste voorbeeld op dit moment is de Amerikaanse heffing die de regering-Trump sinds 2025 voorbereidt en gedeeltelijk invoert op halfgeleiders die van buiten de Verenigde Staten komen.
Vergelijk het met invoerrechten op auto's: een land kan besluiten dat buitenlandse auto's duurder worden gemaakt met een importtarief, zodat mensen eerder een auto kopen die in eigen land is gebouwd. Met chips gebeurt hetzelfde, maar dan voor het kleine stukje silicium dat in vrijwel elk elektronisch apparaat zit — van wasmachines tot gevechtsvliegtuigen. Omdat vandaag de dag bijna alle geavanceerde chips buiten de VS worden gemaakt, vooral in Taiwan, raakt zo'n heffing in potentie de hele economie.
Wat is het precies?
De basis van de Amerikaanse chipheffing is een instrument dat Section 232 heet, een artikel uit de Amerikaanse handelswet van 1962. Dit artikel geeft de president de bevoegdheid om importtarieven in te stellen als een bepaald product een risico vormt voor de nationale veiligheid. Hetzelfde instrument werd eerder gebruikt voor staal en aluminium.
Het Amerikaanse ministerie van Handel opende in april 2025 een Section 232-onderzoek naar halfgeleiders en de machines waarmee ze gemaakt worden. Zo'n onderzoek moet aantonen dat te veel afhankelijkheid van buitenlandse chipproductie een veiligheidsrisico is — bijvoorbeeld omdat leger, ziekenhuizen en energienetten allemaal chips nodig hebben die nu grotendeels uit Oost-Azië komen.
Een technisch lastig punt is dat chips zelden los worden geïmporteerd. Ze zitten al ingebouwd in laptops, telefoons en auto's. Daarom kijkt de heffing niet alleen naar losse chips, maar ook naar de "afgeleide producten" waar chips onderdeel van zijn. Bedrijven die aantoonbaar investeren in Amerikaanse fabrieken, kunnen in aanmerking komen voor uitzonderingen op de heffing, wat het geheel in de praktijk meer een onderhandelingsinstrument maakt dan een simpele belasting.
Wat wil men ermee bereiken?
Het hoofddoel is reshoring: bedrijven ertoe aanzetten om chipfabrieken terug te halen naar, of nieuw te bouwen in, de Verenigde Staten. Op dit moment produceert vooral het Taiwanese bedrijf TSMC het grootste deel van de meest geavanceerde chips ter wereld. Voor de VS is dat een risico, want een conflict rond Taiwan zou de wereldwijde chiptoevoer abrupt kunnen stilleggen.
Daarnaast is er een geopolitiek motief: door chipproductie dichter bij huis te halen, hoopt Washington minder kwetsbaar te zijn voor druk vanuit China. Een heffing werkt hier als stok achter de deur naast de CHIPS Act uit 2022, die juist met subsidies bedrijven probeerde te verleiden om in de VS te bouwen. Waar de CHIPS Act de wortel is, is de chipheffing de stok: wie niet investeert, betaalt meer bij invoer.
Een neveneffect dat de regering niet verbergt, is dat tarieven ook geld opleveren voor de schatkist. Critici wijzen erop dat de kosten van zo'n heffing vaak uiteindelijk bij de consument terechtkomen, via duurdere elektronica.
Voorbeelden uit de praktijk
Apple kondigde in februari 2025 aan de komende jaren zo'n 500 miljard dollar in de Amerikaanse economie te investeren, deels in chipgerelateerde productie, wat breed werd gezien als een poging om onder toekomstige tarieven uit te komen.
TSMC maakte in maart 2025 bekend zijn investeringen in fabrieken in Arizona te verhogen tot ongeveer 165 miljard dollar, de grootste buitenlandse directe investering in de Amerikaanse geschiedenis in deze sector. Eerdere fabrieken in Arizona waren al operationeel of in aanbouw sinds de late jaren 2010.
Samsung bouwt sinds 2022 aan een grote chipfabriek in Taylor, Texas, met een investering die inmiddels is opgelopen tot tientallen miljarden dollars.
Ter vergelijking koos de Europese Unie een ander pad: met de European Chips Act (2023) wil Brussel via zo'n 43 miljard euro aan publieke en private investeringen het Europese aandeel in de wereldwijde chipproductie optrekken naar 20 procent in 2030 — subsidie in plaats van heffing.
Ook Nvidia kondigde in 2025 aan voor het eerst chips voor kunstmatige intelligentie in de VS zelf te laten produceren, in samenwerking met TSMC's Arizona-fabrieken, mede onder druk van de dreigende tarieven.
Hoe ver is de techniek?
Bij een heffing gaat het niet om technische rijpheid, maar om beleidsvoortgang, en die verloopt met horten en stoten. Het Section 232-onderzoek werd in april 2025 geopend; wettelijk moet het ministerie van Handel binnen een vaste termijn (meestal enkele maanden) een advies uitbrengen aan de president, die vervolgens beslist of en hoe tarieven worden ingevoerd.
President Trump kondigde in de loop van 2025 bij herhaling tarieven aan, met genoemde percentages die opliepen tot rond de 100 procent op chips van bedrijven die niet in de VS investeren, met uitzonderingen voor bedrijven die dat wel doen of al doen. Belangrijk om te beseffen: aangekondigde tarieven en daadwerkelijk ingevoerde, definitieve tarieven zijn niet hetzelfde, en de exacte hoogte, ingangsdatum en uitzonderingsregels zijn in de loop van het proces meermaals bijgesteld.
Er loopt bovendien juridische onzekerheid: eerdere, vergelijkbare tarieven die Trump op basis van een ander wetsartikel (de IEEPA, oorspronkelijk bedoeld voor noodsituaties) had ingesteld, werden door Amerikaanse rechters ter discussie gesteld, wat de vraag oproept hoe stevig de juridische basis voor bredere tariefmaatregelen precies is. Voor het meest actuele tarief en de status van eventuele rechtszaken is het verstandig de officiële bronnen hieronder te raadplegen, aangezien dit dossier snel verandert.
Wie werken eraan?
Aan Amerikaanse kant zijn de belangrijkste spelers het ministerie van Handel en daarbinnen het Bureau of Industry and Security (BIS), dat het Section 232-onderzoek uitvoert, samen met het Witte Huis dat de uiteindelijke beslissingen neemt.
Chipbedrijven als TSMC (Taiwan), Samsung (Zuid-Korea), Intel, Nvidia en Micron (allen VS) proberen via investeringstoezeggingen invloed uit te oefenen op de uiteindelijke regels en uitzonderingen. Brancheorganisatie de Semiconductor Industry Association (SIA) vertegenwoordigt de sector in Washington.
Vanuit Europa volgt vooral de Europese Commissie de ontwikkelingen op de voet, gezien de eigen Chips Act en de belangen van Europese toeleveranciers zoals het Nederlandse ASML, dat weliswaar geen chips maar de machines maakt waarmee chips worden geproduceerd en dus indirect geraakt wordt door elke verschuiving in de wereldwijde chipindustrie. Ook Taiwan en Zuid-Korea volgen de Amerikaanse plannen nauwgezet, omdat hun economieën sterk leunen op chipexport.