Kennisbank

Centrifuge: de draaiende machine achter kernenergiebrandstof

Bijgewerkt: 25 augustus 2026 · 4 min leestijd

Een centrifuge is een apparaat dat stoffen van elkaar scheidt door ze razendsnel rond te laten draaien. De bekendste variant staat misschien wel in elke keuken: de slacentrifuge, die waterdruppels van slablaadjes slingert door de mand snel rond te draaien. In de energiewereld bestaat een veel geavanceerdere versie: de gascentrifuge voor uraniumverrijking. Die machine draait niet slablaadjes droog, maar scheidt twee vormen van uranium van elkaar die nauwelijks in gewicht verschillen.

Dat verschil is namelijk piepklein. Natuurlijk uranium bestaat vrijwel geheel uit het isotoop uranium-238 (U-238), met daarin een heel klein aandeel uranium-235 (U-235): ongeveer 0,7 procent. Een isotoop is een variant van hetzelfde element met een net iets ander gewicht, omdat de atoomkern een paar neutronen meer of minder bevat. Voor gangbare kerncentrales is dat aandeel U-235 te laag; het moet omhoog naar een paar procent. Gascentrifuges maken dat mogelijk door het gewichtsverschil tussen beide isotopen, hoe klein ook, keer op keer een beetje uit te vergroten totdat er bruikbaar brandstofmateriaal overblijft.

Wat is het precies?

Het proces begint bij uraniumerts, dat na winning en chemische bewerking wordt omgezet in een gas: UF6, oftewel uraniumhexafluoride. Dit is de enige uraniumverbinding die bij een handzame temperatuur als gas bestaat, wat het geschikt maakt om er machines mee te laten werken.

Dit gas wordt in een lange, smalle cilinder gebracht die met extreem hoge snelheid ronddraait: tienduizenden toeren per minuut, met een randsnelheid die soms hoger ligt dan de snelheid van het geluid. Door die snelle draaiing ontstaat een sterke centrifugale kracht, vergelijkbaar met wat je voelt in een draaimolen die je naar de rand duwt.

Omdat U-238-moleculen net iets zwaarder zijn dan U-235-moleculen, worden ze iets sterker naar de buitenwand van de cilinder geslingerd. Bij de wand ontstaat dus een gas dat iets rijker is aan U-238, en in het midden een gas dat iets rijker is aan U-235. Het verschil per centrifuge is minimaal, veel kleiner dan bij het scheiden van bijvoorbeeld room en melk.

Om dat kleine effect bruikbaar te maken, worden duizenden centrifuges achter elkaar en naast elkaar geschakeld in wat een cascade heet: het product van de ene centrifuge is de invoer voor de volgende, net zo lang tot het gewenste verrijkingsniveau is bereikt. Zo'n cascade kan een hele fabrikshal vullen met rijen identieke, zoemende cilinders.

Wat wil men ermee bereiken?

Het hoofddoel is simpel: brandstof maken voor kerncentrales. De meeste reactoren die vandaag elektriciteit opwekken, draaien op laagverrijkt uranium (LEU), met doorgaans 3 tot 5 procent U-235. Zonder verrijking zou er geen kettingreactie op gang komen die voldoende energie levert voor commerciële stroomopwekking.

Er is een nieuwe categorie brandstof in opkomst: HALEU (High-Assay Low-Enriched Uranium), met een verrijkingsgraad tussen de 5 en 20 procent. Deze brandstof is nodig voor een nieuwe generatie kleine modulaire reactoren (SMR's) en geavanceerde reactorontwerpen, die vaak compacter kunnen zijn of langer zonder herbevoorrading kunnen draaien dankzij dit rijkere brandstof.

Belangrijk om eerlijk te benoemen: dezelfde technologie die uranium verrijkt tot een paar procent, kan in theorie ook worden ingezet om veel hogere verrijkingsniveaus te bereiken die geschikt zijn voor kernwapens. Dat is precies de reden waarom verrijkingsfabrieken wereldwijd tot de zwaarst gecontroleerde industriële installaties behoren, met permanent toezicht van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), de VN-organisatie die nucleaire non-proliferatie bewaakt.

Voorbeelden uit de praktijk

Urenco is een consortium van Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, opgericht in 1970. De Nederlandse verrijkingsfabriek staat in Almelo en is een van de grootste ter wereld; Urenco levert al decennia brandstof aan kerncentrales in tientallen landen.

In Frankrijk draait Orano (voorheen bekend als Areva) de Georges Besse II-fabriek, die sinds 2011 in bedrijf is en de oudere, veel energie-intensievere gasdiffusietechnologie heeft vervangen door moderne centrifuges.

Rusland heeft met Rosatom en dochterbedrijf TENEX lange tijd een aanzienlijk deel van de wereldwijde verrijkingscapaciteit geleverd, ook aan westerse afnemers. Sinds de Russische invasie van Oekraïne in 2022 is die afhankelijkheid politiek zeer gevoelig geworden, en zoeken westerse landen actief naar alternatieven.

In de Verenigde Staten startte Centrus Energy in 2023-2024 in Piketon, Ohio de eerste Amerikaanse productie van HALEU met gascentrifuges, mede gefinancierd door het Amerikaanse ministerie van Energie. Dit project geldt als een directe reactie op de wens om minder afhankelijk te worden van Russische toelevering.

China bouwt via CNNC (China National Nuclear Corporation) eigen verrijkingscapaciteit uit, passend bij het omvangrijke nationale kernenergieprogramma van het land.

Hoe ver is de techniek?

Voor gewoon laagverrijkt uranium is gascentrifugetechnologie volledig volwassen en commercieel bewezen; ze wordt al sinds de jaren zeventig gebruikt en heeft oudere, veel energie-vretende methoden zoals gasdiffusie grotendeels vervangen. Opeenvolgende generaties centrifuges zijn steeds efficiënter en stiller geworden.

Het knelpunt zit op dit moment bij HALEU. Er is wereldwijd nog relatief weinig productiecapaciteit voor dit hoger verrijkte materiaal, terwijl de vraag snel toeneemt door de opkomst van SMR-ontwerpen. Doordat Rusland lange tijd de belangrijkste HALEU-leverancier was, ontstond na 2022 een acuut tekort aan alternatieve bronnen.

Westerse overheden investeren nu in nieuwe capaciteit, met Centrus Energy in de Verenigde Staten als voorbeeld, en ook Urenco onderzoekt uitbreiding. Eerlijk gezegd is onzeker hoe snel deze nieuwe capaciteit groot genoeg wordt om de verwachte vraag van tientallen geplande SMR-projecten daadwerkelijk bij te benen; vergunningstrajecten en bouwtijden voor verrijkingsfabrieken lopen al snel in de jaren.

Wie werken eraan?

De belangrijkste industriële spelers zijn Urenco (Nederland, Verenigd Koninkrijk, Duitsland), Orano (Frankrijk), Rosatom/TENEX (Rusland), Centrus Energy (Verenigde Staten) en CNNC (China). Daarnaast houdt het IAEA wereldwijd toezicht op verrijkingsinstallaties, en spelen nationale toezichthouders zoals de Amerikaanse Nuclear Regulatory Commission en de Nederlandse Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) een rol in vergunningverlening en controle.

Verder lezen