Kennisbank

CDMO: de fabrieken achter andermans medicijnen

Bijgewerkt: 5 augustus 2026 · 6 min leestijd

Een CDMO, voluit Contract Development and Manufacturing Organization, is een bedrijf dat in opdracht van andere bedrijven medicijnen, vaccins of andere biologische producten ontwikkelt en produceert. Het farmaceutische bedrijf dat de werkzame stof heeft uitgevonden hoeft dus niet zelf een fabriek te bouwen: het huurt productiecapaciteit, apparatuur en gespecialiseerd personeel in bij een partij die daar al helemaal op is ingericht.

Vergelijk het met een broodfabriek die voor tientallen supermarktmerken tegelijk brood bakt. De supermarkt bedenkt de receptuur en het merk, maar de bakkerij zorgt voor de ovens, de hygiëne-eisen en de productielijn. Zo werkt het ook bij een CDMO: de opdrachtgever levert het 'recept' (de moleculaire samenstelling van een medicijn), de CDMO levert de steriele productieruimtes, de bioreactoren en de kennis om er op grote schaal en volgens strenge regels een veilig product van te maken. De term duikt de laatste jaren steeds vaker op in het nieuws, vooral sinds de coronapandemie liet zien hoe cruciaal deze onzichtbare schakel in de medicijnketen eigenlijk is.

Wat is het precies?

Het maken van een medicijn bestaat grofweg uit twee fasen: ontwikkeling en productie. Bij ontwikkeling ('development') wordt uitgezocht hoe een stof betrouwbaar en op grote schaal te maken is, welke hulpstoffen nodig zijn en hoe het eindproduct het beste verpakt en bewaard kan worden. Bij productie ('manufacturing') wordt dat proces daadwerkelijk uitgevoerd, van de eerste chemische synthese of celkweek tot het afvullen van de laatste injectieflacon.

Een CDMO doet in principe beide. Dat onderscheidt haar van een CMO (Contract Manufacturing Organization, die alleen produceert wat een ander al heeft uitgedokterd) en van een CRO (Contract Research Organization, die zich vooral bezighoudt met klinisch onderzoek en niet met productie). In de praktijk lopen deze afkortingen in de sector door elkaar, omdat veel bedrijven meerdere diensten combineren.

Belangrijk is dat alle productie moet voldoen aan GMP: Good Manufacturing Practice, een internationaal stelsel van regels dat voorschrijft hoe schoon, gecontroleerd en herhaalbaar een productieproces moet zijn. Toezichthouders zoals de Amerikaanse FDA en het Europese EMA controleren of fabrieken hieraan voldoen, ook als die fabriek niet van het farmaceutische merk zelf is maar van een ingehuurde CDMO.

De techniek achter de productie verschilt sterk per type medicijn. Klassieke pillen ontstaan via chemische synthese in reactorvaten. Biologische geneesmiddelen, zoals antilichamen of vaccins, worden gemaakt door levende cellen in grote bioreactoren te laten groeien en de gewenste eiwitten daaruit te zuiveren. De nieuwste generatie, cel- en gentherapieën, vraagt weer een heel ander soort fabriek: piepkleine batches, vaak gemaakt met het eigen weefsel van een individuele patiënt, in extreem schone en streng beveiligde ruimtes.

Wat wil men ermee bereiken?

De belangrijkste reden om met een CDMO te werken is snelheid en risicospreiding. Het bouwen van een eigen productiefaciliteit voor biologische geneesmiddelen kost al snel enkele honderden miljoenen euro's en duurt jaren. Voor een klein biotechbedrijf met één veelbelovend molecuul is dat vaak onhaalbaar, zeker omdat niemand vooraf zeker weet of dat molecuul de klinische proeven wel gaat doorstaan.

Door productie uit te besteden kan een bedrijf zich concentreren op onderzoek en ontwikkeling, terwijl de CDMO het risico en de kosten van de fabriek draagt en die capaciteit ook weer voor andere klanten kan inzetten. Voor grote farmaceutische bedrijven geldt een vergelijkbare logica: waarom een dure fabriek in stand houden voor een product dat nog maar op beperkte schaal wordt gemaakt, als een gespecialiseerde partij dat efficiënter kan?

Er is ook een maatschappelijk belang. Tijdens de coronapandemie bleek dat de snelheid waarmee vaccins wereldwijd beschikbaar konden komen, grotendeels afhing van de vraag of er genoeg CDMO-capaciteit was om ze in miljarden doses te produceren. Overheden en internationale gezondheidsorganisaties zien voldoende en goed verspreide productiecapaciteit inmiddels als een vorm van gezondheidszekerheid, vergelijkbaar met een strategische voorraad.

Voorbeelden uit de praktijk

Het Zwitserse Lonza sloot in mei 2020 een grote overeenkomst met Moderna om diens mRNA-coronavaccin op industriële schaal te produceren, onder meer in een nieuwgebouwde fabriek in Portsmouth, New Hampshire. Deze samenwerking wordt vaak genoemd als voorbeeld van hoe snel een CDMO enorme productiecapaciteit kan opschalen wanneer dat nodig is.

Bij de productie van het Janssen/Johnson & Johnson-coronavaccin ging het juist mis. De Amerikaanse CDMO Emergent BioSolutions moest in april 2021 zo'n vijftien miljoen vaccindoses vernietigen nadat in de fabriek in Baltimore grondstoffen van twee verschillende vaccins per ongeluk waren vermengd. De zaak leidde tot een tijdelijke productiestop en scherpe kritiek van de Amerikaanse toezichthouder FDA, en illustreert hoe kwetsbaar uitbestede productie kan zijn voor menselijke fouten.

Samsung Biologics in Zuid-Korea bouwde de afgelopen jaren aan een van de grootste biologicsproductiecomplexen ter wereld in Songdo, bij Incheon. De vierde fabriek op dat terrein, operationeel sinds 2022, gold destijds als de grootste losstaande biofarmaceutische productiefaciliteit ter wereld qua bioreactorcapaciteit.

Het Chinese WuXi Biologics groeide in tien jaar tijd uit tot een van de grootste CDMO's wereldwijd, met klanten onder wie tal van Amerikaanse en Europese biotechbedrijven. Juist die dominantie leidde tot politieke onrust in de Verenigde Staten: het voorgestelde BIOSECURE Act, dat door het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden werd aangenomen in 2024, wil Amerikaanse overheidsgeld weren bij een aantal Chinese biotechbedrijven, waaronder WuXi. Of en in welke vorm deze wet uiteindelijk volledig van kracht wordt, was op het moment van schrijven nog niet met zekerheid te zeggen.

Een voorbeeld van consolidatie in de sector is de overname van het Amerikaanse Catalent, een van de grootste CDMO's ter wereld, die in 2024 werd aangekondigd door investeringsmaatschappij Novo Holdings, de grootaandeelhouder van Novo Nordisk. Drie van Catalents fabrieken voor het afvullen van injecteerbare medicijnen gingen daarbij naar Novo Nordisk zelf, wat illustreert hoe nauw productiecapaciteit en de vraag naar populaire geneesmiddelen (in dit geval afslankmiddelen) tegenwoordig met elkaar verweven zijn.

Hoe ver is de techniek?

Voor traditionele chemische medicijnen en de meeste biologische geneesmiddelen is CDMO-productie inmiddels een volwassen, decennialang beproefde praktijk met uitgewerkte kwaliteitsnormen. Het knelpunt zit vooral in de nieuwere technologieën.

Cel- en gentherapieën, waarbij bijvoorbeeld afweercellen van een patiënt genetisch worden aangepast (zogeheten CAR-T-therapieën), zijn veel lastiger op te schalen dan een gewone pil. Elke batch is klein, vaak patiëntspecifiek, en het proces vraagt gespecialiseerd personeel dat schaars is. Dit segment groeit hard, maar kampt met wachttijden, hoge kosten en beperkte capaciteit.

Ook de mRNA-productiecapaciteit die tijdens de pandemie in hoog tempo werd opgebouwd, staat inmiddels onder druk: nu de vraag naar coronavaccins fors is afgenomen, hebben verschillende CDMO's die capaciteit moeten afschalen of herbestemmen voor andere producten. Dat laat zien hoe lastig het is om productiecapaciteit precies af te stemmen op een vraag die sterk kan schommelen.

Andere obstakels zijn een structureel tekort aan opgeleide procesoperators en kwaliteitscontroleurs, de complexiteit van internationale toezichtregels die per land verschillen, en geopolitieke spanningen die bedrijven dwingen na te denken over waar hun toeleveringsketen fysiek staat. De afhankelijkheid van enkele grote Aziatische spelers wordt in Washington en Brussel inmiddels als een strategisch risico gezien, wat leidt tot pogingen om productie dichter bij huis ('reshoring') te organiseren.

Wie werken eraan?

Zwitserland is met Lonza een van de grootste spelers in de sector. In de Verenigde Staten domineren Catalent, Thermo Fisher Scientific (dat via zijn dochterbedrijf Patheon een grote CDMO-tak heeft) en Emergent BioSolutions. Zuid-Korea heeft met Samsung Biologics en SK bioscience in relatief korte tijd een sterke positie opgebouwd in biologicsproductie. China speelt een grote rol via WuXi Biologics, al staat die positie zoals gezegd onder politieke druk.

India bouwt gestaag een eigen CDMO-sector op, met bedrijven als Syngene en Piramal Pharma Solutions, mede gedreven door lagere productiekosten. In Europa zijn naast Lonza ook Duitse en Franse spelers als Boehringer Ingelheim (dat eigen biologicsproductie ook voor derden openstelt) en het Zweedse Recipharm actief. Toezichthouders als de Amerikaanse FDA en het Europese EMA bepalen, samen met brancheorganisaties zoals ISPE en PDA, de kwaliteitsnormen waaraan al deze fabrieken zich moeten houden, ongeacht voor wie ze produceren.

Verder lezen