Capaciteitsreservering: wachten op ruimte in een overvol stroomnet
Stel je voor dat een snelweg tijdens de spits helemaal vol staat, maar iedereen die een nieuw huis bouwt ook nog een oprit naar diezelfde snelweg wil. Op een gegeven moment is er simpelweg geen plek meer om aan te sluiten, hoe graag de wegbeheerder ook zou willen. Zoiets speelt zich in Nederland af op het elektriciteitsnet. Capaciteitsreservering is de manier waarop netbeheerders bijhouden en vastleggen wie welk stukje van die schaarse ruimte op de kabels mag gebruiken, en wanneer.
Concreet betekent het dat een bedrijf, een zonnepark of een batterijopslag dat een nieuwe of grotere aansluiting op het stroomnet wil, niet zomaar stroom kan gaan invoeden of afnemen. De netbeheerder controleert eerst of de kabels en transformatorstations in de buurt die extra belasting wel aankunnen. Is dat niet zo, dan komt de aanvrager op een wachtlijst en wordt er capaciteit voor hem gereserveerd zodra die vrijkomt, bijvoorbeeld doordat het net wordt verzwaard of doordat iemand anders zijn aanvraag intrekt.
Wat is het precies?
Het Nederlandse elektriciteitsnet bestaat uit lagen. Bovenaan zit het landelijke hoogspanningsnet, beheerd door TenneT, dat grote hoeveelheden stroom over lange afstanden vervoert. Daaronder hangen de regionale netten van beheerders zoals Liander, Stedin en Enexis, die de stroom verder verdelen naar bedrijven, boerderijen en woonwijken. Elke kabel en elk trafostation heeft een maximale capaciteit: een grens aan hoeveel stroom er tegelijk doorheen kan zonder dat het net oververhit raakt of uitvalt.
Wanneer een partij een aansluiting aanvraagt, toetst de netbeheerder of er op dat traject nog fysieke ruimte over is. Is die ruimte er, dan krijgt de aanvrager een zogeheten transportrecht: een contractuele garantie dat hij op elk moment de afgesproken hoeveelheid stroom mag transporteren. Is de ruimte er niet, dan ontstaat een wachtrij. De netbeheerder legt vast wie wanneer een aanvraag heeft ingediend en reserveert voor die partijen capaciteit zodra die beschikbaar komt, doorgaans op volgorde van binnenkomst.
Die eenvoudige regel bleek in de praktijk problematisch. Partijen konden capaciteit reserveren voor plannen die nog lang niet concreet waren, of zelfs met de bedoeling om later door te verkopen. Daardoor bleef ruimte op papier bezet terwijl er niets gebeurde, wat weer andere, wél uitvoeringsklare projecten blokkeerde. Om dit tegen te gaan hebben netbeheerders en de toezichthouder ACM instrumenten ontwikkeld om capaciteit slimmer te verdelen, zoals prioritering van projecten die bijdragen aan de energietransitie en strengere eisen aan de onderbouwing van een aanvraag.
Naast de klassieke, vaste ("firme") transportrechten bestaat er inmiddels ook een flexibelere vorm: het non-firme of beperkte transportrecht, ook wel een cap-contract genoemd. Een afnemer of producent accepteert dan dat de netbeheerder hem op piekmomenten tijdelijk mag afschakelen of beperken, in ruil voor snellere toegang tot het net zonder in de volle wachtrij te hoeven staan. Dat werkt vooral goed voor partijen die niet continu op vol vermogen hoeven te draaien, zoals een batterijopslag die zijn planning kan aanpassen aan de drukte op het net.
Wat wil men ermee bereiken?
Het doel van capaciteitsreservering is in de kern eerlijke en voorspelbare verdeling van een schaars goed. Netverzwaring, het aanleggen van dikkere kabels en grotere trafostations, kost jaren en veel geld. Zolang die verzwaring niet klaar is, moet er een systeem zijn dat voorkomt dat het net letterlijk overbelast raakt, met stroomstoringen of beschadigde apparatuur als gevolg.
Tegelijk moet het systeem de energietransitie niet onnodig vertragen. Nederland wil meer zonne- en windenergie op het net, meer elektrische auto's laden, meer woningen met warmtepompen verwarmen en tegelijk industrie laten verduurzamen met elektrische processen in plaats van gas. Al die ontwikkelingen vragen tegelijk om meer netcapaciteit, terwijl de fysieke uitbreiding van het net die vraag niet kan bijbenen. Capaciteitsreservering, gecombineerd met prioritering en flexibele contractvormen, is een poging om met de beschikbare ruimte zo veel mogelijk nuttige projecten toch doorgang te laten vinden, in plaats van simpelweg de eerste aanvrager altijd voorrang te geven, ongeacht het maatschappelijk nut.
Voor netbeheerders zelf is capaciteitsreservering ook een planningsinstrument. Door te weten wie waar capaciteit heeft gereserveerd, kunnen zij beter bepalen waar netverzwaring het hardst nodig is en investeringen daarop richten.
Voorbeelden uit de praktijk
In grote delen van Nederland melden netbeheerders sinds 2021 en 2022 congestie, zowel voor invoeding van stroom (met name in gebieden met veel zonneparken, zoals delen van Groningen, Drenthe en Zeeland) als voor afname (met name in delen van Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland, waar bedrijventerreinen en datacenters snel groeien). Op de congestiekaarten van de gezamenlijke netbeheerders staan grote delen van het land inmiddels rood of oranje gekleurd, wat betekent dat nieuwe grootverbruikers met een vaste aansluiting voorlopig moeten wachten.
Batterijopslagbedrijven behoren tot de partijen die het meest gebruikmaken van non-firme transportrechten. Door te accepteren dat zij op piekmomenten tijdelijk worden teruggeregeld, konden diverse opslagprojecten in bijvoorbeeld Groningen en Flevoland eerder aansluiten dan wanneer zij in de volle wachtrij voor een vaste aansluiting hadden moeten wachten.
Ook grote datacenters spelen een rol in de discussie. De groei van datacentercapaciteit rond Amsterdam en in de Wieringermeer/Middenmeer heeft de vraag naar netcapaciteit in Noord-Holland flink verhoogd, wat mede heeft bijgedragen aan de congestieproblemen in die regio. Het geplande, en uiteindelijk door de gemeente Zeewolde tegengehouden, hyperscale datacenter van Meta in Flevoland liet in 2022 zien hoe gevoelig capaciteitsreserveringen voor zulke grootverbruikers politiek kunnen liggen.
Netbeheerders experimenteren daarnaast met cable pooling, waarbij bijvoorbeeld een zonnepark en een windpark dezelfde netaansluiting delen omdat zon en wind zelden op hetzelfde moment hun piekvermogen leveren. Zo wordt gereserveerde capaciteit efficiënter benut in plaats van dat beide projecten een eigen, volledige aansluiting claimen.
Hoe ver is de techniek?
Capaciteitsreservering is geen nieuwe technologie in de zin van een apparaat of uitvinding, maar een organisatorisch en juridisch systeem dat continu wordt bijgesteld naarmate de problemen op het net toenemen. De afgelopen jaren zijn de regels meerdere keren aangepast. ACM heeft codebesluiten genomen die non-firme transportrechten mogelijk maken en die netbeheerders meer ruimte geven om bij congestie te prioriteren tussen wachtende aanvragen, bijvoorbeeld op basis van maatschappelijk belang of snelheid van realisatie.
Netbeheerders werken daarnaast met marktplatforms voor congestiemanagement, zoals GOPACS, waarop grootverbruikers en producenten tegen betaling hun verbruik of productie tijdelijk kunnen aanpassen om lokale congestie te verlichten zonder dat er meteen fysiek hoeft te worden bijgebouwd. Dit soort flexibiliteitsoplossingen wordt gezien als een tussenstap die de druk op wachtlijsten kan verlichten, maar geen vervanging voor daadwerkelijke netverzwaring.
Het grootste obstakel blijft de fysieke uitbreiding van het net: nieuwe hoogspanningsstations en kabeltracés vergen vergunningsprocedures, ruimtelijke inpassing en gekwalificeerd technisch personeel, en dat kost doorgaans jaren. Netbeheerders en de overheid geven zelf aan dat de vraag naar netcapaciteit sneller groeit dan het aanbod kan worden uitgebreid, waardoor wachtlijsten de komende jaren voor delen van het land een blijvend verschijnsel zullen zijn. Hoe lang dit precies duurt, verschilt sterk per regio en is onderhevig aan voortdurend bijgestelde prognoses.
Wie werken eraan?
TenneT is als landelijke netbeheerder verantwoordelijk voor het hoogspanningsnet en de aansluitingen van de grootste verbruikers en producenten. De regionale netbeheerders, waaronder Liander (onderdeel van Alliander), Stedin, Enexis, Coteq, Rendo en Westland Infra, beheren de middenspannings- en laagspanningsnetten waarop de meeste bedrijven en huishoudens zijn aangesloten. Deze partijen werken samen binnen de brancheorganisatie Netbeheer Nederland, onder meer aan gezamenlijke congestiekaarten en marktplatforms.
De Autoriteit Consument en Markt houdt toezicht op de netbeheerders en stelt de technische en juridische codes vast waarbinnen capaciteitsreservering, wachtrijen en non-firme contracten mogen werken. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat coördineert op nationaal niveau, onder meer via het Landelijk Actieprogramma Netcongestie, waarin overheid, netbeheerders, toezichthouder en bedrijfsleven samen naar versnelling van netuitbreiding en slimmer capaciteitsgebruik zoeken. Op Europees niveau spelen ontwikkelingen rond marktregels voor flexibiliteit en grensoverschrijdend netbeheer eveneens een rol, al ligt de uitvoering van capaciteitsreservering vooral bij de nationale netbeheerders zelf.