Biofilm: hoe bacteriën samen een onneembare vesting bouwen
Wrijf 's ochtends met je tong over je tanden en je voelt een dun, kleverig laagje: tandplak. Dat laagje is een biofilm, een gemeenschap van bacteriën die zich stevig aan een oppervlak hebben vastgehecht en zichzelf hebben ingepakt in een zelfgemaakte beschermlaag van slijm. Dezelfde soort laagjes vind je op stenen in een beek, op de binnenkant van een niet-schoongemaakte waterfles, of op een medisch implantaat dat te lang in het lichaam zit.
Wat een biofilm bijzonder maakt, is dat de bacteriën er niet als losse individuen in leven, maar als een georganiseerde gemeenschap die elkaar beschermt. Die bescherming maakt biofilms voor de gezondheidszorg en de industrie een hardnekkig probleem: infecties op implantaten, verstopte leidingen, aangetaste scheepsrompen. Tegelijk zien wetenschappers en ingenieurs ook kansen: dezelfde plaklaag die problemen veroorzaakt, wordt inmiddels bewust ingezet om afvalwater te zuiveren en wordt onderzocht als basis voor nieuwe, "levende" materialen.
Wat is het precies?
Een biofilm ontstaat wanneer bacteriën die vrij rondzwemmen in water — wetenschappers noemen dat de planktonische toestand — een oppervlak tegenkomen dat ze bevalt. Dat kan een tand zijn, een stuk metaal, plastic of steen. De bacteriën hechten zich eerst losjes aan dat oppervlak vast.
Als de omstandigheden goed zijn, beginnen de bacteriën zich te vermenigvuldigen en een kleverige matrix om zichzelf heen te produceren. Deze matrix heet EPS, wat staat voor extracellulaire polymere stoffen: een mengsel van suikerketens, eiwitten en losse stukjes DNA dat de bacteriën zelf uitscheiden. Die matrix werkt als cement en als schild tegelijk. Ze houdt de gemeenschap bij elkaar en houdt schadelijke stoffen, zoals antibiotica of desinfecteermiddelen, voor een groot deel buiten.
Binnen die beschermde laag communiceren bacteriën met elkaar via chemische signaalstoffen, een proces dat quorum sensing heet. Zodra genoeg bacteriën bij elkaar zitten, "schakelen" ze gezamenlijk over op ander gedrag: ze gaan de EPS-matrix aanmaken, delen taken en kunnen zelfs beschermende stoffen uitwisselen. Het resultaat is een gelaagde structuur met kanaaltjes voor water en voedingsstoffen, bijna te vergelijken met een primitief "stedelijk" netwerk van micro-organismen.
Deze georganiseerde levensstijl maakt biofilm-bacteriën aantoonbaar taaier dan losse bacteriën van dezelfde soort. In laboratoriumonderzoek is herhaaldelijk vastgesteld dat bacteriën in een biofilm veel hogere concentraties antibiotica of ontsmettingsmiddelen kunnen doorstaan dan hun planktonische soortgenoten — in sommige experimenten gaat het om een verschil van honderden tot duizenden malen. De exacte factor verschilt sterk per bacteriesoort, stof en biofilm, dus vaste getallen moet je met enige voorzichtigheid lezen.
Wat wil men ermee bereiken?
Onderzoek naar biofilms kent grofweg twee doelen die elkaars spiegelbeeld zijn: schadelijke biofilms bestrijden, en nuttige biofilms juist beter benutten.
Aan de bestrijdingskant staat de gezondheidszorg voorop. Biofilms op katheters, kunstheupen, hartkleppen en pacemakers zijn een belangrijke oorzaak van hardnekkige, moeilijk te behandelen infecties, juist omdat de beschermende matrix reguliere antibiotica tegenhoudt. Onderzoekers willen coatings, materialen en medicijnen ontwikkelen die voorkomen dat bacteriën zich in de eerste plaats vasthechten, of die een gevormde biofilm weer kunnen afbreken. Ook in de industrie is dit relevant: biofilms in drinkwaterleidingen, koeltorens en op scheepsrompen (zogeheten biofouling) veroorzaken corrosie, extra brandstofverbruik en gezondheidsrisico's zoals legionellabesmetting.
Aan de andere kant zijn er toepassingen waarbij een biofilm juist gewenst is. In de waterzuivering laat men bacteriën bewust een biofilm vormen op dragermateriaal, omdat een ingedikte bacteriegemeenschap veel efficiënter vervuiling uit afvalwater haalt dan losse bacteriën die makkelijk wegspoelen. Ook in opkomend onderzoek naar "levende materialen" en microbiële brandstofcellen — systemen die elektriciteit opwekken met bacteriën — wordt gekeken hoe je biofilms gericht kunt sturen of zelfs genetisch programmeren voor een gewenste functie.
Voorbeelden uit de praktijk
Een paar concrete voorbeelden laten zien hoe breed het onderzoeksveld is:
- Center for Biofilm Engineering, Montana State University (VS): een van de oudste en meest toonaangevende onderzoekscentra dat zich sinds de vroege jaren negentig specifiek op biofilms richt, met bijdragen aan gestandaardiseerde testmethoden die wereldwijd worden gebruikt om de effectiviteit van desinfectiemiddelen tegen biofilms te meten.
- MBBR-waterzuivering (Moving Bed Biofilm Reactor): een zuiveringstechniek die in Noorwegen is ontwikkeld en waarbij kleine kunststof dragertjes in een waterzuiveringstank ronddraaien; bacteriën vormen hierop een biofilm die efficiënt vervuiling afbreekt. De techniek wordt sinds de jaren negentig wereldwijd toegepast in rioolwaterzuiveringsinstallaties.
- Onderzoek naar taaislijmziekte (cystic fibrosis): bij patiënten met deze longziekte vormt de bacterie Pseudomonas aeruginosa chronische biofilm-infecties in de longen die zeer moeilijk met antibiotica te bestrijden zijn. Dit is al decennialang een belangrijk medisch onderzoeksterrein, met voortdurend nieuwe pogingen om de EPS-matrix te doorbreken.
- Biofilmonderzoek op het ruimtestation ISS: NASA en samenwerkende onderzoeksgroepen bestuderen hoe bacteriën zich in gewichtloosheid gedragen, omdat biofilmvorming in de waterleidingen en luchtsystemen van een ruimtestation een risico vormt voor astronauten en apparatuur.
- Antibacteriële coatings voor medische implantaten: fabrikanten van katheters en implantaten ontwikkelen oppervlaktebehandelingen, bijvoorbeeld met zilverionen, die het voor bacteriën moeilijker moeten maken om zich vast te hechten voordat er een biofilm kan ontstaan.
Hoe ver is de techniek?
Het begrijpen van biofilms is de afgelopen decennia flink vooruitgegaan, mede dankzij betere microscopietechnieken en DNA-analyse waarmee onderzoekers precies kunnen zien welke bacteriesoorten in een biofilm zitten en hoe de structuur is opgebouwd. Op basis daarvan bestaan er inmiddels goed werkende toepassingen: MBBR-achtige waterzuiveringssystemen zijn wereldwijd gangbare, bewezen technologie, en diverse coatings die aanhechting van bacteriën vertragen zijn commercieel verkrijgbaar.
Toch is het probleem van schadelijke biofilms verre van opgelost. Infecties rond medische implantaten komen nog altijd geregeld voor, en zodra een biofilm eenmaal volledig is uitgegroeid, is die met de huidige middelen zelden volledig te verwijderen zonder het implantaat te vervangen. Nieuwe strategieën — zoals enzymen die de EPS-matrix afbreken, stoffen die quorum sensing blokkeren zodat bacteriën niet "weten" dat ze met genoeg zijn om een biofilm te vormen, of bacteriofagen (virussen die specifiek bacteriën aanvallen) — worden volop onderzocht, maar de meeste van deze benaderingen zitten nog in het stadium van laboratoriumonderzoek of vroege klinische studies, en zijn nog niet breed toegelaten als standaardbehandeling.
Het gebruik van biofilms als bouwsteen voor nieuwe, "levende" materialen — bijvoorbeeld door bacteriën genetisch aan te passen zodat ze gewenste stoffen in hun matrix produceren — staat nog vroeg in de ontwikkeling en is vooral academisch onderzoek. Concrete, op de markt verkrijgbare producten op basis van zulke ontworpen biofilms zijn er tot nu toe nauwelijks.
Wie werken eraan?
Biofilmonderzoek is sterk verspreid over de wereld en over uiteenlopende disciplines. In de Verenigde Staten geldt het Center for Biofilm Engineering aan Montana State University als een van de oudste gespecialiseerde instituten. In het Verenigd Koninkrijk heeft Newcastle University een bekende onderzoeksgroep op dit terrein.
In Nederland doen zowel de TU Delft als Wageningen University & Research onderzoek naar biofilms, met name in relatie tot watertechnologie en microbiologie — een logische focus in een land met veel expertise op het gebied van waterbeheer en waterzuivering. Op het gebied van praktische waterzuiveringstechnologie zijn internationale spelers als Veolia actief, dat na overname van het Noorse bedrijf achter de MBBR-technologie deze systemen wereldwijd blijft toepassen en doorontwikkelen.
Op medisch vlak werken universitaire ziekenhuizen, microbiologen en fabrikanten van medische hulpmiddelen wereldwijd samen aan het beperken van biofilm-gerelateerde infecties, vaak gesteund door gezondheidsinstanties zoals de Amerikaanse CDC, die biofilms nadrukkelijk noemt als factor bij het groeiende probleem van antibioticaresistentie.