Kennisbank

Aquacultuur: hoe de kweek van vis en schaaldieren onze voeding verandert

Bijgewerkt: 6 augustus 2026 · 6 min leestijd

Aquacultuur is de gecontroleerde kweek van vis, schaaldieren, weekdieren en waterplanten, net zoals landbouw de gecontroleerde teelt van gewassen en vee is. In plaats van te wachten tot een vissersboot toevallig genoeg vis uit zee haalt, zorgen kwekers ervoor dat vissen geboren worden, opgroeien en geoogst worden onder omstandigheden die zij zelf beheren: het voer, de waterkwaliteit, de temperatuur en soms zelfs de genetica.

Een simpel voorbeeld maakt het concreet. De zalm die in de supermarkt ligt, komt tegenwoordig bijna altijd uit een kwekerij, meestal een drijvend net in een Noorse fjord, en steeds vaker uit een fabriekshal op het land. Datzelfde geldt voor de meeste garnalen, mosselen en een groeiend deel van andere vissoorten. Aquacultuur is daarmee geen exotische toekomsttechniek meer, maar de manier waarop een groot deel van onze vis al op ons bord komt.

Wat is het precies?

Er bestaan grofweg drie hoofdvormen van aquacultuur, die elk hun eigen techniek en afwegingen kennen.

De oudste en meest gebruikte vorm is kweek in open water: netkooien (in het Engels net pens) die in zee, een fjord of een meer hangen. Vissen zwemmen hierin op, terwijl zeewater vrij in en uit de kooi stroomt. Dit is relatief goedkoop, maar de kwekerij heeft weinig controle over ziektes, parasieten of wat er met uitwerpselen en voerresten gebeurt: die verdwijnen gewoon in de omringende zee.

De tweede vorm is het zogeheten RAS, een Recirculating Aquaculture System (recirculerend aquacultuursysteem). Dit is een landgebaseerde installatie waarin water continu wordt gefilterd, ontsmet en hergebruikt, vergelijkbaar met een aquarium op industriële schaal. Het voordeel is volledige controle over temperatuur, zuurstof en waterkwaliteit, en vrijwel geen uitstoot naar de natuur. Het nadeel is dat het veel energie kost om al dat water rond te pompen en te zuiveren, en dat een technische storing grote gevolgen kan hebben omdat de vissen niet kunnen ontsnappen naar schoner water.

Een derde, minder verspreide vorm is IMTA, ofwel Integrated Multi-Trophic Aquaculture. Hierbij worden soorten op verschillende niveaus van de voedselketen samen gekweekt: vis produceert uitwerpselen en onverteerd voer, mosselen of oesters filteren dat water en eten de voedingsdeeltjes op, en zeewier neemt op zijn beurt de opgeloste voedingsstoffen op. Zo ontstaat een kleiner, gedeeltelijk gesloten kringloopsysteem waarin het afval van de ene soort het voedsel van de andere wordt.

Daarnaast bestaat er offshore-aquacultuur, waarbij kooien verder de open zee op verplaatst worden, weg van de kust waar ruimte schaars is en waar sterkere stromingen afvalstoffen sneller verspreiden. En er is aquaponics, een combinatie van visteelt met plantenteelt op water, populair bij kleinschalige en stedelijke initiatieven maar tot nu toe niet doorgebroken op grote industriële schaal.

Wat wil men ermee bereiken?

De belangrijkste drijfveer is voedselzekerheid. De wereldbevolking groeit, de vraag naar eiwitrijk voedsel stijgt, en wilde visbestanden staan al decennia onder druk door overbevissing. Aquacultuur moet een deel van die groeiende vraag opvangen zonder dat er nog meer druk op de oceanen komt te staan.

Vis en schaaldieren hebben bovendien relatief gunstige omrekeningsfactoren: ze hebben meestal minder voer nodig per kilo eetbaar vlees dan koeien of varkens, en ze stoten als koudbloedige dieren geen methaan uit de vertering uit zoals herkauwers dat doen. Voor beleidsmakers die zoeken naar een eiwitbron met een kleinere ecologische voetafdruk is dat aantrekkelijk, al is de vergelijking genuanceerder zodra je kijkt naar wat er in het visvoer zit (zie hieronder).

Een derde doel is lokale, verse productie dichtbij de afzetmarkt. RAS-installaties kunnen in principe overal gebouwd worden, ook ver van zee, wat lange transportketens en de bijbehorende CO2-uitstoot kan verkorten.

Voorbeelden uit de praktijk

The Kingfish Company, een Nederlands bedrijf, bouwde in Kats, Zeeland, rond 2015 een van de eerste grootschalige RAS-kwekerijen voor Yellowtail Kingfish, een vis die van oorsprong uit warmere wateren komt. De eerste oogsten volgden enkele jaren later, rond 2018, en het bedrijf breidde daarna uit naar de Verenigde Staten. Het is een voorbeeld van hoe landgebaseerde kweek een vissoort dichtbij de Europese markt beschikbaar kan maken die normaal ver weg gevangen zou moeten worden.

In Noorwegen lanceerde visgigant SalMar in 2017 Ocean Farm 1, een enorme half-onderzeese offshore-kooi die zalm kweekt verder op zee dan gebruikelijk, weg van kwetsbare kustwateren. Het project gold als proef voor de vraag of offshore-constructies zeeluisproblemen en milieudruk kunnen verminderen, en heeft navolging gekregen in latere, vergelijkbare Noorse projecten.

In de Verenigde Staten bouwde Atlantic Sapphire een grote landgebaseerde RAS-zalmkwekerij, Bluehouse Florida, in Homestead nabij Miami. Het project laat ook de risico's van de technologie zien: naar verluidt kreeg het bedrijf rond 2020-2022 te maken met technische storingen die leidden tot massale vissterfte, en met financiële tegenslagen. Het voorbeeld toont dat RAS weliswaar milieuvoordelen biedt, maar dat het beheersen van zulke complexe, volledig gesloten systemen op grote schaal geen sinecure is.

In de Bay of Fundy in Canada experimenteren kwekers al langere tijd met IMTA, waarbij zalmkooien gecombineerd worden met mosselteelt en zeewierkweek in hetzelfde gebied. In China wordt op nog grotere schaal, en deels op traditionele wijze, aan polycultuur gedaan: het gelijktijdig kweken van meerdere soorten vis, schelpdieren en zeewier in dezelfde vijvers of kustwateren, een praktijk die er al eeuwenlang bestaat maar nu ook wetenschappelijk verder onderzocht wordt.

Hoe ver is de techniek?

Aquacultuur is als sector geen toekomstbelofte meer, maar volgens cijfers van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) al sinds het begin van de jaren 2010 goed voor meer dan de helft van alle vis die wereldwijd door mensen wordt gegeten, met een aandeel dat sindsdien gestaag verder is gegroeid. China is veruit de grootste producent, gevolgd door landen als India, Indonesië en Vietnam; Noorwegen is dan weer wereldwijd de grootste producent van gekweekte Atlantische zalm.

Toch is de techniek niet zonder problemen. Bij open netkooien blijven ziektes en parasieten, met name zeeluis bij zalm, een hardnekkig probleem dat behandeling met chemicaliën of extra arbeid vereist. Ontsnapte kweekvissen kunnen zich vermengen met wilde populaties en die genetisch beïnvloeden. Uitwerpselen en voerresten kunnen lokaal tot vervuiling leiden als de waterstroming onvoldoende is.

RAS-systemen lossen veel van die milieuproblemen op, maar zijn energie-intensief: het rondpompen, verwarmen of koelen en zuiveren van grote hoeveelheden water kost veel stroom, wat de klimaatwinst deels teniet kan doen als die stroom niet duurzaam is opgewekt. Storingen in pompen, filters of zuurstoftoevoer kunnen bovendien binnen uren tot massale sterfte leiden, zoals de ervaringen van Atlantic Sapphire laten zien.

Een ander onderliggend obstakel is visvoer. Veel kweekvis, zeker roofvissen zoals zalm, wordt gevoerd met vismeel en visolie die zelf weer van wildgevangen kleine vis zoals ansjovis en sardine gemaakt worden. Dat betekent dat aquacultuur de druk op wilde visbestanden niet volledig wegneemt, al wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar alternatieve voerbronnen zoals insecten, algen en plantaardige eiwitten.

Wie werken eraan?

Noorwegen speelt een sleutelrol dankzij zijn grote zalmindustrie, met bedrijven als Mowi, 's werelds grootste zalmproducent, en SalMar. De Noorse overheid, onder meer via het Directoraat voor Visserij (Fiskeridirektoratet), reguleert en ondersteunt de sector nauwgezet omdat die van groot economisch belang is voor het land.

In Nederland is Wageningen University & Research (WUR) het belangrijkste kennisinstituut, met onderzoek naar onder meer RAS-technologie, visvoeder en waterkwaliteit. The Kingfish Company is het meest zichtbare Nederlandse bedrijf dat deze kennis in de praktijk brengt.

China is als grootste producent ter wereld vooral bepalend door schaal en door voortbouwen op eeuwenoude polycultuurtradities, aangevuld met modern onderzoek naar IMTA en efficiëntere kweeksystemen. In de Verenigde Staten zijn bedrijven als Atlantic Sapphire actief, terwijl instanties als NOAA Fisheries onderzoek doen en beleid vormgeven.

Op wereldwijd niveau verzamelt en publiceert de FAO cijfers, coördineert beleid en stelt richtlijnen op voor duurzame aquacultuur, en fungeert daarmee als een van de belangrijkste overkoepelende partijen in het veld.

Verder lezen