Afstandsbediend wapenstation
Stel je een pantservoertuig voor met een mitrailleur op het dak. Vroeger moest een soldaat daarvoor letterlijk uit een luik omhoog klimmen, met zijn hoofd en schouders boven de bepantsering uitstekend om te kunnen richten en schieten. Bij een afstandsbediend wapenstation blijft die soldaat volledig beschermd binnenin het voertuig zitten en bedient hij het wapen op het dak via een joystick en een videoscherm, ongeveer zoals je een drone of een game-controller bedient.
Het wapen zelf—vaak een mitrailleur of granaatwerper—zit op een gemotoriseerd platform met camera's, een warmtebeeldcamera voor zicht in het donker en een laserafstandmeter om de exacte afstand tot een doel te bepalen. Al deze informatie komt samen op een scherm binnenin het voertuig. De operator ziet zijn doelwit scherper en veiliger dan iemand die met het blote oog over de rand van een luik tuurt, en hoeft zich geen zorgen te maken over kogels, granaatscherven of het weer.
Wat is het precies?
Een afstandsbediend wapenstation (in het Engels remote weapon station, afgekort RWS, ook wel remote controlled weapon station of RCWS genoemd) is een op afstand bestuurbaar wapensysteem dat op een voertuig, schip of soms een vaste post is gemonteerd. Het bestaat grofweg uit drie onderdelen.
Ten eerste het wapen zelf, meestal een zwaar mitrailleur (zoals het bekende .50 kaliber M2 Browning), een middelzwaar mitrailleur, of een automatische granaatwerper. Ten tweede een sensorpakket: een dagcamera, een warmtebeeldcamera (die temperatuurverschillen omzet in beeld, handig bij duisternis, mist of rook) en een laserafstandmeter. Ten derde een besturingsconsole binnenin het voertuig, met een joystick en beeldscherm waarmee de operator het wapen richt en vuurt.
Het geheel staat op een gestabiliseerd platform. Stabilisatie betekent dat kleine motoren voortdurend bewegingen van het voertuig—hobbels, bochten, trillingen—compenseren, zodat het wapen op het doel gericht blijft ook al schokt het voertuig zelf heen en weer. Dat verhoogt de trefkans aanzienlijk vergeleken met een handbediend wapen dat meebeweegt met elke hobbel in de weg.
Wat wil men ermee bereiken?
De belangrijkste drijfveer is bescherming van de bemanning. Een schutter die boven een luik uitsteekt, is een makkelijk doelwit voor scherpschutters en wordt volledig blootgesteld bij een aanval met een bermbom (een geïmproviseerd explosief, ook wel IED genoemd, van het Engelse improvised explosive device). Door de schutter binnenin de gepantserde romp te houden, verkleint een RWS dat risico sterk.
Daarnaast belooft de techniek betere prestaties: nauwkeuriger vuur dankzij stabilisatie en laserafstandmeting, zicht bij nacht en slecht weer dankzij warmtebeeldcamera's, en de mogelijkheid om te reageren zonder eerst een luik te hoeven openen. Voor legers is dit ook een kostenkwestie: minder gewonden en gesneuvelden onder bemanningen betekent minder maatschappelijke en operationele schade.
Voorbeelden uit de praktijk
Het M153 CROWS (Common Remotely Operated Weapon Station) van het Amerikaanse leger is wellicht het bekendste voorbeeld. Het systeem werd versneld ingevoerd tijdens de oorlog in Irak, met name vanaf ongeveer 2005-2006, nadat scherpschutters en bermbommen tot veel slachtoffers onder Humvee-schutters hadden geleid. Binnen enkele jaren werden duizenden exemplaren gefabriceerd en op voertuigen geplaatst.
Het Noorse bedrijf Kongsberg maakt de Protector RWS, een van de meest verkochte wapenstations wereldwijd. Het wordt gebruikt door tientallen landen op uiteenlopende voertuigen, van Amerikaanse Stryker-pantservoertuigen tot Scandinavische en andere NAVO-voertuigen. Ook binnen de Nederlandse krijgsmacht zijn afstandsbediende wapenstations te vinden, onder meer op gepantserde voertuigen zoals de Bushmaster en de Fennek-verkenningsvoertuigen, die tijdens de Nederlandse missie in Afghanistan (Uruzgan, ongeveer 2006-2010) zijn ingezet.
Het Israëlische bedrijf Rafael Advanced Defense Systems ontwikkelde de Samson-serie wapenstations, die behalve mitrailleurs ook zwaardere wapens zoals kleine kanonnen kunnen dragen. Het Belgische FN Herstal brengt met de deFNder-reeks lichtere, compactere wapenstations op de markt, gericht op kleinere voertuigen en snelle inzetbaarheid.
Hoe ver is de techniek?
Afstandsbediende wapenstations zijn geen toekomstmuziek meer: het is een volwassen, op grote schaal ingevoerde technologie die sinds het midden van de jaren 2000 in rap tempo standaard is geworden op militaire voertuigen van veel landen. De ontwikkeling verliep sneller dan gebruikelijk in defensieprojecten, gedreven door de urgente behoefte tijdens de oorlogen in Irak en Afghanistan om bemanningen beter te beschermen.
De huidige ontwikkeling zit vooral in de sensoren en software eromheen: automatische doelherkenning en -volging met behulp van beeldherkenningsalgoritmes, betere warmtebeeldsensoren en integratie met bredere digitale gevechtssystemen die informatie van meerdere voertuigen delen. Belangrijk is dat vrijwel alle huidige systemen nog altijd een mens vereisen die de trekker overhaalt—dit wordt man-in-the-loop genoemd. Het wapenstation kan een doel dus wel automatisch volgen, maar schiet niet zelfstandig.
Dat laatste punt ligt gevoelig. Naarmate doelherkenning en -volging slimmer worden, groeit de discussie of en hoe ver dergelijke systemen richting autonome wapens mogen opschuiven—wapens die zonder rechtstreekse menselijke tussenkomst een doel selecteren en aanvallen. Binnen de Verenigde Naties en bij organisaties als Human Rights Watch loopt al jaren een debat over regulering hiervan, zonder dat er internationale bindende afspraken zijn. De meeste huidige RWS-systemen vallen buiten die discussie omdat ze mensgestuurd blijven, maar critici wijzen erop dat de technische stap naar meer autonomie klein kan zijn.
Wie werken eraan?
De markt wordt gedomineerd door een beperkt aantal gespecialiseerde defensiebedrijven. Kongsberg Defence & Aerospace uit Noorwegen is met de Protector-reeks wereldwijd marktleider. Het Belgische FN Herstal en het Duitse Rheinmetall leveren eigen wapenstations, vaak gekoppeld aan hun eigen mitrailleurs en kanonnen.
In Israël, waar veel militaire innovatie voortkomt uit ervaring met grensbeveiliging en stedelijk optreden, zijn Rafael Advanced Defense Systems en Elbit Systems belangrijke spelers. Ook het Italiaanse Leonardo en Amerikaanse defensiebedrijven zoals het toenmalige Recon/Optical (betrokken bij de vroege ontwikkeling van CROWS) hebben systemen op de markt gebracht.
Nederland zelf is vooral afnemer van bestaande systemen—Defensie koopt wapenstations in bij buitenlandse fabrikanten voor integratie op eigen voertuigen—en niet zozeer ontwikkelaar van een eigen RWS. Landen die op grote schaal RWS gebruiken of hebben ingevoerd zijn onder andere de Verenigde Staten, Noorwegen, Nederland, Duitsland, Israël en tal van andere NAVO-lidstaten.