Kennisbank

Achter-de-meter-stroom: wat gebeurt er aan jouw kant van de elektriciteitsmeter?

Bijgewerkt: 19 augustus 2026 · 6 min leestijd

Elk huis en elk bedrijf met een stroomaansluiting heeft een elektriciteitsmeter: het kastje dat bijhoudt hoeveel stroom er het pand in- en uitstroomt. Die meter is meer dan een teller, hij is ook een soort grens. Alles wat zich voor de meter bevindt, hoort bij het openbare elektriciteitsnet: de kabels, transformatorhuisjes en centrales die eigendom zijn van netbeheerders en energiebedrijven. Alles wat zich achter de meter bevindt, is van de eigenaar van het pand: de bedrading, de stopcontacten, en steeds vaker ook zonnepanelen, een thuisbatterij of een elektrische auto. "Achter-de-meter-stroom" is de verzamelnaam voor elektriciteit die aan die kant van de grens wordt opgewekt, opgeslagen of slim gestuurd, zonder dat die altijd via het net hoeft te lopen.

Denk aan een huishouden met zonnepanelen op het dak en een batterij in de meterkast. Overdag wekken de panelen meer stroom op dan het huis verbruikt. In plaats van die overschot direct naar het net terug te leveren, laadt hij eerst de batterij op. 's Avonds, als de zon weg is, put het huis uit die batterij in plaats van stroom van het net af te nemen. Vanaf de straat gezien lijkt het net nauwelijks te merken dat er iets gebeurt: de meter registreert weinig in- of uitgaande stroom, terwijl er achter de voordeur volop energie wordt opgewekt, opgeslagen en gebruikt. Dat is achter-de-meter-stroom in de praktijk.

Wat is het precies?

Om het principe goed te begrijpen, helpt het om drie stappen te onderscheiden.

Stap 1: opwekking. Achter de meter kan stroom lokaal worden opgewekt, meestal met zonnepanelen, soms met een kleine windturbine of een warmtekrachtkoppeling (een installatie die tegelijk warmte en elektriciteit levert). Deze opwekking gebeurt op het terrein van de gebruiker zelf, in tegenstelling tot grote, centrale energiecentrales die "voor de meter" op het net staan aangesloten.

Stap 2: opslag. Een batterij achter de meter, bijvoorbeeld een thuisbatterij van het formaat van een wasmachine of een grotere industriële batterijcontainer bij een bedrijf, vangt de opgewekte stroom op die niet direct wordt verbruikt. Zo kan de energie later worden gebruikt, in plaats van meteen op het net te worden gezet of daar juist vandaan gehaald te worden.

Stap 3: sturing van verbruik. Ook slimme apparaten horen bij achter-de-meter-stroom: een warmtepomp die vooral draait wanneer er veel zon is, of een elektrische auto die 's nachts laadt op momenten dat er weinig vraag is op het net. Bij geavanceerde systemen kan een auto zelfs stroom teruggeven aan het huis of het net, dit heet vehicle-to-grid of V2G, en de auto fungeert dan tijdelijk als rijdende batterij.

Het slimme brein achter dit alles is vaak een energiemanagementsysteem: software die continu beslist of stroom uit zonnepanelen, batterij of net moet komen, en die rekening houdt met stroomprijzen, weersvoorspellingen en verbruikspatronen. Dat systeem kan lokaal in huis draaien, maar wordt ook vaak op afstand aangestuurd door een energieleverancier of een gespecialiseerd platform.

Wat wil men ermee bereiken?

De belangrijkste drijfveer is op dit moment het elektriciteitsnet zelf. Nederland loopt in delen van het land tegen de grenzen van de netcapaciteit aan, een probleem dat bekendstaat als netcongestie: er is meer vraag naar stroom (of aanbod van teruglevering) dan de bestaande kabels aankunnen. Het verzwaren van het net met dikkere kabels en grotere transformatorstations kost jaren en veel geld. Achter-de-meter-oplossingen bieden een alternatief: door stroom lokaal op te slaan en te gebruiken in plaats van die telkens het net op en af te sturen, wordt het bestaande net minder zwaar belast.

Een tweede doel is kostenbesparing voor de gebruiker. Wie zelf opgewekte stroom zoveel mogelijk zelf verbruikt of opslaat, is minder afhankelijk van schommelende energieprijzen en van vergoedingen voor teruglevering, die de laatste jaren onder druk staan. Voor bedrijven speelt vooral "peak shaving" een rol: het afvlakken van piekmomenten in het stroomverbruik. Omdat de kosten van een stroomaansluiting mede worden bepaald door het piekvermogen dat een bedrijf ooit afneemt, kan een batterij die pieken opvangen en zo de vaste kosten verlagen.

Een derde, meer systemisch doel is het versnellen van de energietransitie. Door bestaande daken, batterijen en elektrische auto's slim te benutten, hoeft niet alles te wachten op een compleet verzwaard landelijk net. Achter-de-meter-flexibiliteit wordt daarmee gezien als een manier om de overstap naar duurzame energie sneller en goedkoper te laten verlopen dan wanneer alle oplossingen "voor de meter", op het niveau van het grote net, gezocht zouden moeten worden.

Voorbeelden uit de praktijk

GOPACS is een Nederlands platform dat rond 2019 is opgezet door landelijk netbeheerder TenneT samen met de regionale netbeheerders. Via dit platform kunnen partijen met flexibel vermogen, waaronder bedrijven met batterijen of stuurbare installaties achter de meter, worden ingezet om lokale netcongestie te verlichten. Op momenten dat een net in een bepaalde regio overbelast dreigt te raken, kunnen deelnemers tegen betaling hun verbruik of teruglevering tijdelijk aanpassen.

We Drive Solar in Utrecht is een van de grotere praktijkprojecten met vehicle-to-grid ter wereld. Sinds ongeveer 2020 rijden er in en rond Utrecht deelauto's, onder meer van Renault, die via bidirectionele laadpalen niet alleen stroom kunnen opladen maar ook weer terug kunnen leveren aan het net of aan lokale zonnestroom-initiatieven. De auto's fungeren zo als rondrijdende, achter-de-meter batterijen op wielen.

Thuisbatterijen van fabrikanten als het Duitse Sonnen (sinds 2019 onderdeel van Shell) en Tesla, met de bekende Powerwall, worden in toenemende mate bij Nederlandse huishoudens geïnstalleerd naast zonnepanelen. Deze systemen zijn een schoolvoorbeeld van achter-de-meter-opslag voor consumenten.

Jedlix, een Nederlands techbedrijf dat sinds 2022 onderdeel is van energiebedrijf Eneco, biedt een platform voor slim laden van elektrische auto's. Het bedrijf stuurt laadmomenten zo aan dat een auto vooral oplaadt wanneer er veel duurzame stroom beschikbaar is of het net minder belast is, zonder dat de eigenaar daar zelf op hoeft te letten.

Bedrijven in de glastuinbouw en logistiek plaatsen in toenemende mate industriële batterijcontainers om piekbelasting van hun aansluiting af te vlakken en, in gebieden met netcongestie, om ondanks een volgeboekt net toch te kunnen blijven groeien of uitbreiden.

Hoe ver is de techniek?

De hardware is grotendeels bewezen technologie. Zonnepanelen, lithium-ion thuisbatterijen en slimme laadpalen zijn al jaren commercieel verkrijgbaar en worden op steeds grotere schaal geïnstalleerd. De echte ontwikkeling zit tegenwoordig vooral in de software en de marktinrichting: hoe stuur je duizenden kleine, verspreide batterijen en auto's zo aan dat ze gezamenlijk het net ontlasten, zonder dat het voor de individuele gebruiker ingewikkeld wordt?

Vehicle-to-grid, waarbij een auto ook stroom teruglevert, staat nog relatief in de kinderschoenen. Slechts een beperkt aantal automodellen ondersteunt dit technisch, en niet elke laadpaal is ervoor geschikt. Ook zijn er nog vragen over de invloed van veelvuldig heen-en-weer laden op de levensduur van een accu, al wijzen recente onderzoeken erop dat dit effect kleiner is dan aanvankelijk gevreesd.

Een belangrijk obstakel is regelgeving. De Nederlandse salderingsregeling, waarbij particulieren met zonnepanelen hun teruglevering mogen wegstrepen tegen hun afname, wordt naar verwachting de komende jaren afgebouwd, al is de exacte planning politiek gevoelig gebleken en al meermaals aangepast. Zolang salderen (gedeeltelijk) mogelijk blijft, is de financiële prikkel om zelf stroom achter de meter op te slaan kleiner dan wanneer teruglevering minder oplevert. Daarnaast lopen netbeheerders en toezichthouder ACM nog tegen praktische vragen aan over hoe je op grote schaal duizenden kleine, achter-de-meter apparaten veilig en betrouwbaar kunt aansturen, zonder het net juist instabiel te maken.

Wie werken eraan?

In Nederland spelen de gezamenlijke netbeheerders een centrale rol, waaronder landelijk netbeheerder TenneT en regionale netbeheerders zoals Liander (onderdeel van Alliander), Stedin en Enexis. Zij ontwikkelen platforms zoals GOPACS voor congestiemanagement en werken aan nieuwe marktregels voor flexibiliteit.

ElaadNL, het Nederlandse kennis- en innovatiecentrum voor laadinfrastructuur dat mede is opgericht door de gezamenlijke netbeheerders, doet praktijkonderzoek naar slim en bidirectioneel laden. Kennisinstituut TNO onderzoekt onder meer energieopslag, batterijtechnologie en de werking van slimme, gedecentraliseerde energiesystemen.

Op de markt zijn het vooral fabrikanten van batterijen (Tesla, Sonnen, LG Energy Solution en diverse Aziatische spelers) en aggregators, bedrijven die kleinschalige flexibiliteit bundelen en verhandelen, zoals Jedlix en het Nederlandse Sympower, die achter-de-meter-technologie naar de gebruiker brengen. Energieleveranciers als Eneco en Vattenfall investeren in dit soort diensten om klanten te binden en tegelijk het net te ontlasten.

Op beleidsniveau houden de Rijksoverheid, uitvoeringsorganisatie RVO en toezichthouder ACM zich bezig met subsidies, marktregels en de afbouw van de salderingsregeling. Internationaal publiceert het Internationaal Energie Agentschap (IEA) regelmatig over de rol van achter-de-meter-opslag in de wereldwijde energietransitie, en lopen vergelijkbare ontwikkelingen in landen als Duitsland, Australië en de Verenigde Staten, waar netcongestie en hoge elektriciteitsprijzen soortgelijke oplossingen aantrekkelijk maken.

Verder lezen