Kennisbank

Absorptiekoeling: koelen met warmte in plaats van stroom

Bijgewerkt: 8 augustus 2026 · 6 min leestijd

Een koelkast of airco heeft normaal gesproken een compressor nodig: een elektrisch pompje dat een koelgas onder druk zet. Absorptiekoeling doet iets heel anders. In plaats van een compressor gebruikt dit systeem warmte om koude te maken. Denk aan een spons die water opzuigt en die je vervolgens boven een warme kachel kunt uitwringen: in een absorptiekoelmachine wordt een koelgas op vergelijkbare manier "opgezogen" door een vloeistof, en warmte perst het er later weer uit. Zo kan warmte, in plaats van elektriciteit, het hele koelproces aandrijven.

Een bekend voorbeeld is de campingkoelkast die op gas werkt: geen zoemende motor, geen bewegende delen, en toch wordt het binnenin koud. Diezelfde techniek bestaat ook op veel grotere schaal, in machines die complete kantoorgebouwen of fabrieken koelen met restwarmte van een energiecentrale of met warmte van zonnecollectoren. Absorptiekoeling is dus geen nieuwe uitvinding, maar een aloude techniek die opnieuw relevant wordt nu de vraag naar koeling wereldwijd snel groeit en de stroomvraag daarvoor onder druk staat.

Wat is het precies?

Elk koelsysteem, of het nu een koelkast of een airco is, werkt volgens hetzelfde basisprincipe: een vloeistof (het koelmiddel) verdampt bij lage druk en onttrekt daarbij warmte aan zijn omgeving. Dat verdampen is het moment waarop het koud wordt. Om de kringloop te laten draaien, moet dat verdampte gas ergens weer worden samengeperst en teruggekoeld tot vloeistof, zodat het proces opnieuw kan beginnen.

In een gewone koelkast doet een elektrische compressor dat samenpersen. In een absorptiekoelmachine gebeurt dat op een indirecte manier, met behulp van twee stoffen: het koelmiddel (bijvoorbeeld ammoniak of water) en een zogeheten absorbens, een vloeistof die het koelmiddelgas gretig opneemt ("absorbeert"), zoals suiker oplost in water. Veelgebruikte combinaties zijn ammoniak met water, en water met lithiumbromide (een zout dat water als het ware aantrekt).

De kringloop verloopt in vier stappen. In de verdamper verdampt het koelmiddel bij lage druk en zorgt zo voor koude. In de absorber wordt dat gasvormige koelmiddel opgeslokt door de absorbens-vloeistof, waardoor er weer een lage druk ontstaat die het verdampen op gang houdt. Het mengsel wordt vervolgens naar de generator gepompt, waar warmte (van gas, zonnecollectoren of restwarmte uit een fabriek) het koelmiddel weer uit de absorbens jaagt, als damp bij hoge druk. In de condensor koelt die damp af tot vloeistof, waarna de kringloop opnieuw begint. Het enige onderdeel dat in de meeste systemen elektriciteit nodig heeft, is de kleine pomp die de vloeistof rondstuurt; in de eenvoudigste campingkoelkasten (het zogeheten von Platen-Munters-principe) ontbreekt zelfs die pomp, en gebeurt alles door drukverschillen en zwaartekracht.

De prestatie van een koelsysteem wordt vaak uitgedrukt in de COP (coefficient of performance): hoeveel koeling je krijgt per eenheid ingebrachte energie. Absorptiekoelmachines halen doorgaans een COP van ongeveer 0,6 tot 0,8 op warmte, bij zogeheten "single-effect"-systemen met één generator; geavanceerdere "double-effect"-machines met twee opeenvolgende warmtetrappen halen ruwweg 1,0 tot 1,4. Dat is aanzienlijk lager dan de COP van 3 tot 5 die elektrische compressiesystemen op stroom halen. Het voordeel zit hem dus niet in efficiëntie per se, maar in het type energie dat wordt gebruikt: warmte die anders verloren zou gaan, in plaats van dure of schaarse elektriciteit.

Wat wil men ermee bereiken?

Het belangrijkste doel is het verminderen van de elektriciteitsvraag voor koeling. Airconditioning is wereldwijd een snelgroeiende stroomvreter, vooral tijdens hittegolven wanneer het elektriciteitsnet toch al zwaar belast is. Als koeling in plaats daarvan wordt aangedreven door warmte, ontlast dat het net op precies de momenten dat het druk is.

Een tweede doel is het benutten van restwarmte die anders ongebruikt de lucht in zou gaan: warmte uit industriële processen, uit elektriciteitscentrales, uit afvalverbrandingsinstallaties of uit warmtekrachtkoppeling (WKK, een installatie die tegelijk elektriciteit en bruikbare warmte opwekt). Door die restwarmte in de zomer om te zetten in koeling in plaats van hem weg te laten waaien, wordt een installatie het hele jaar door nuttig ingezet — een principe dat soms trigeneratie wordt genoemd: stroom, warmte én koude uit één bron.

Daarnaast is er de belofte van zonnekoeling: juist op hete, zonnige dagen is er veel warmte beschikbaar én veel behoefte aan koeling, wat absorptiekoeling in theorie een natuurlijke match maakt met zonnecollectoren. Tot slot spelen betrouwbaarheid en eenvoud een rol: systemen zonder of met nauwelijks bewegende delen hebben minder onderhoud nodig en zijn geruisloos, wat vooral aantrekkelijk is in afgelegen gebieden of toepassingen waar stilte telt.

Voorbeelden uit de praktijk

De meest bekende toepassing voor consumenten is de campingkoelkast op gas of 230 volt, gebaseerd op het zogeheten von Platen-Munters-principe, in de jaren twintig van de vorige eeuw ontwikkeld door twee Zweedse ingenieurs en later in licentie geproduceerd door onder meer Electrolux. Fabrikanten als Dometic bouwen dit principe nog altijd in miljoenen mobiele koelkasten.

Op industriële schaal is de Chinese Broad Group een van de grootste bouwers van absorptiekoelmachines ter wereld: grote, op aardgas of restwarmte gestookte installaties die complete kantoortorens en fabriekscomplexen koelen, vooral populair in China en het Midden-Oosten.

Het Japanse Yazaki produceert al decennialang absorptiekoelmachines (de WFC-serie) die op restwarmte of stadswarmte draaien en veel worden toegepast in Aziatische kantoorgebouwen en ziekenhuizen.

In Stockholm wordt restwarmte uit warmtekrachtkoppeling en afvalverbranding, in combinatie met koud zeewater, gebruikt om via absorptiekoelmachines een stadskoelingsnet te voeden dat kantoren en datacenters in de binnenstad koelt — een van de grootste stadskoelingssystemen van Europa, beheerd door energiebedrijf Stockholm Exergi.

Ook zijn er sinds de jaren 2000 diverse pilotprojecten met zonnekoeling, waarbij zonnecollectoren op kantoorgebouwen of hotels in landen als Spanje en Duitsland kleine absorptiekoelmachines aandrijven; onderzoeksinstituten als het Duitse Fraunhofer ISE hebben hier veel ontwikkelwerk in gestoken.

Hoe ver is de techniek?

Absorptiekoeling is geen jong onderzoeksveld: het principe werd al in de negentiende eeuw beschreven en de eerste bruikbare ammoniak-water-machines dateren uit het midden van die eeuw. Op grote schaal, met de water-lithiumbromide-combinatie, is de techniek al decennia gangbaar in de industrie en bij grootschalige gebouwkoeling. In die zin is absorptiekoeling volwassen en bewezen technologie, geen prototype.

Het obstakel zit vooral in de economie en de fysieke praktijk. Omdat de COP veel lager ligt dan bij elektrische compressiekoeling, is er per eenheid koeling veel meer energie nodig — dat is alleen rendabel als die warmte echt (bijna) gratis restwarmte is, of als elektriciteit relatief duur of onbetrouwbaar is. Absorptiekoelmachines zijn bovendien fysiek groter en zwaarder dan compressiesystemen met hetzelfde koelvermogen, en ze hebben een koeltoren nodig om warmte af te voeren, wat extra ruimte en waterverbruik met zich meebrengt.

Zonnekoeling specifiek blijft een nichetoepassing. De combinatie van zonnecollectoren, een absorptiekoelmachine en een back-upsysteem voor bewolkte dagen is kapitaalintensief, en moet inmiddels concurreren met sterk gedaalde prijzen van zonnepanelen gecombineerd met steeds efficiëntere elektrische airco's — waardoor "gewoon" zonnestroom plus een elektrische warmtepomp voor koeling in veel gevallen goedkoper uitpakt dan zonnewarmte plus absorptie. Onderzoek richt zich daarom vooral op efficiëntere meertraps-cycli (double- en triple-effect), op alternatieve werkparen die minder snel kristalliseren of corroderen, en op verwante technieken zoals adsorptiekoeling, die met vaste stoffen (bijvoorbeeld silicagel) in plaats van vloeistoffen werkt.

Wie werken eraan?

Belangrijke fabrikanten van grootschalige absorptiekoelmachines zijn de Chinese Broad Group, het Japanse Yazaki, het Indiase Thermax en het Italiaanse Robur, dat zich vooral richt op kleinere, gasgestookte absorptiewarmtepompen voor woningen en kleine gebouwen. Ook gevestigde klimaatbeheersingsbedrijven als Carrier en Johnson Controls (York) hebben historisch absorptietechniek in hun assortiment gehad.

Op onderzoeksgebied is het Duitse Fraunhofer-Institut für Solare Energiesysteme (ISE) in Freiburg een van de bekendste instituten dat werkt aan zonnekoeling en efficiëntere absorptie- en adsorptiecycli. Daarnaast houdt het Internationaal Energieagentschap (IEA) de wereldwijde ontwikkeling van koeltechnologie, inclusief absorptiekoeling, nauwlettend bij in zijn rapportages over de groeiende mondiale koelvraag. Landen met veel stadsverwarmings- en stadskoelingsinfrastructuur, zoals Zweden en Denemarken, en regio's met veel industriële restwarmte of goedkoop aardgas, zoals delen van China en het Midden-Oosten, lopen voorop in de praktische toepassing.

Verder lezen