AI & computing › Generatieve AI & synthetische media

Onderzoeker traint eigen taalmodel voor 998 dollar en verslaat Karpathy's project

· Bijgewerkt 10 september 2026, 06:18 · 2 min leestijd

Generatieve AI & synthetische media
Foto: Cdr. Trevor D. Biscope, CA Emerit (CC BY-SA, via Openverse)

Een individuele ontwikkelaar bouwde met minder dan duizend dollar een taalmodel van 3,8 miljard parameters dat beter scoort dan een vergelijkbaar project van AI-onderzoeker Andrej Karpathy. Het project laat zien dat het trainen van een bruikbaar taalmodel niet langer voorbehouden is aan techreuzen met miljoenenbudgetten.

Hugo Vergnes, een individuele ontwikkelaar, publiceerde een gedetailleerd verslag van zijn project 'little-lm': een taalmodel met 3,8 miljard parameters, getraind voor 998 dollar in 43 uur op gehuurde GPU's. Het model scoort 0,384 op de CORE-benchmark, een maatstaf die meet hoe goed een taalmodel taken als tekstbegrip en redeneren uitvoert. Ter vergelijking: OpenAI's GPT-2 uit 2019 haalt 0,2565, en het vergelijkbare 'nanochat'-project van bekende AI-onderzoeker Andrej Karpathy scoort met een budget van ongeveer 1000 dollar 0,310.

Het project ontstond uit persoonlijke nieuwsgierigheid. Vergnes wilde zelf ervaren hoe taal en begrip ontstaan uit willekeurige startwaarden in een neuraal netwerk, door een model volledig vanaf nul te bouwen. Hij ontwikkelde daarvoor een eigen software-framework waarin elk experiment wordt vastgelegd in een configuratiebestand, zodat onderdelen als het optimalisatie-algoritme of de trainingsdata met één regel code te wisselen zijn.

Van mislukking naar doorbraak

De weg naar het uiteindelijke resultaat verliep niet vlekkeloos. Een eerdere poging met een kleiner model van 858 miljoen parameters, dat bijna zes dagen trainde op één GPU, presteerde uiteindelijk slechter dan GPT-2 uit 2019 — een model dat zeven keer kleiner is. De oorzaak lag in een aantal technische keuzes: een te voorzichtig ingestelde leersnelheid, een verkeerd afbouwschema daarvan, en het gebruik van een niet-optimale trainingsdataset.

Na deze tegenslag paste Vergnes vijf zaken aan. Hij gebruikte een ander schema voor het afbouwen van de leersnelheid, zodat het model tot het einde van de training bleef verbeteren. Daarnaast zette hij de optimalisatiemethode Muon in voor bepaalde onderdelen van het model, wat de training versnelde. Ook stapte hij over op de dataset ClimbMix, wat volgens hem tot een 'enorme sprong' in leersnelheid leidde. Verder gebruikte hij FP8, een rekenformaat met lagere precisie dat sneller rekent, en verkleinde hij de hoeveelheid tekst die het model tegelijk verwerkt, waardoor meer voorbeelden tegelijk konden worden getraind.

Efficiënt gebruik van rekenkracht

Het uiteindelijke model is opgebouwd volgens het ontwerp dat ook wordt gebruikt in Meta's Llama-modellen, met technische verfijningen die de stabiliteit en effectiviteit van het trainingsproces verbeteren. De training draaide op acht Nvidia B200-chips, de nieuwste generatie AI-versnellers, en verwerkte 65 miljard woorddelen (tokens) aan tekst. Metingen tijdens de training lieten zien dat de GPU's 92 procent van de tijd actief waren, wat wijst op een efficiënt proces zonder noemenswaardige vertragingen door bijvoorbeeld het laden van data.

Vergnes deed ook losstaand onderzoek naar manieren om de rekensnelheid te verhogen, wat resulteerde in bijna 44 procent meer doorvoer op zijn eigen consumenten-GPU. Technieken als het combineren van rekenstappen en het aanpassen van de vocabulairegrootte aan de hardware bleken daarbij het meeste effect te hebben.

Het project onderstreept een bredere trend: naarmate trainingstechnieken verbeteren, komt het bouwen van capabele AI-modellen binnen bereik van individuen en kleine teams, in plaats van uitsluitend grote techbedrijven met enorme rekenbudgetten.

Achtergrond & begrippen

Wat betekent dit voor de toekomst? Dit project toont aan dat de kosten voor het trainen van bruikbare taalmodellen snel dalen, waardoor onderzoek en innovatie op AI-gebied niet langer voorbehouden blijven aan grote techbedrijven. Als deze trend doorzet, kunnen individuele ontwikkelaars en kleine bedrijven steeds vaker concurreren met de resultaten van goed gefinancierde AI-labs.

Taalmodel
Een AI-systeem dat is getraind om patronen in tekst te herkennen en zelf tekst te genereren of te begrijpen.
CORE-benchmark
Een meetlat waarmee de algemene vaardigheden van een taalmodel worden vergeleken, bijvoorbeeld op het gebied van tekstbegrip en redeneren.
Parameters
De instelbare 'knoppen' binnen een AI-model die tijdens training worden bijgesteld; meer parameters betekent doorgaans een groter en complexer model.
GPU
Een grafische processor, oorspronkelijk ontworpen voor beeldbewerking maar tegenwoordig het belangrijkste rekenonderdeel voor het trainen van AI-modellen.
Leersnelheid
Een instelling die bepaalt hoe groot de aanpassingen zijn die een AI-model bij elke trainingsstap aan zichzelf maakt.
Token
Een stukje tekst, vaak een woord of woorddeel, dat een taalmodel gebruikt als kleinste eenheid tijdens het lezen en genereren van tekst.
FP8
Een rekenformaat met lagere precisie dan gebruikelijk, waardoor berekeningen sneller verlopen ten koste van een klein beetje nauwkeurigheid.

Bronnen

Dit artikel is met behulp van AI geschreven op basis van bovenstaande bronnen en is geen letterlijke vertaling. Zo werkt onze redactie.

Meer over Generatieve AI & synthetische media